GAIA Global Action in the Interest of Animals
.
|
.GAIA - Global Action in the Interest of Animals -
is een organisatie van gedreven pleitbezorgers voor dieren
![]() ![]() Daarom vindt GAIA het belangrijk deel uit te maken van samenwerkingsverbanden over de landsgrenzen heen
|
.GAIA's campagne tegen het leed van vee
dat over lange afstanden vervoerd wordt
Elk jaar worden miljoenen schapen, varkens en runderen doorheen Europa vervoerd, vaak over enorm lange afstanden, soms tot 40 of 50 uur. Gedurende het transport moeten de dieren ondraaglijke pijnen doorstaan. Ze worden vervoerd ofwel om na aankomst geslacht te worden, ofwel om op de plaats van bestemming verder vetgemest te worden.
Op elkaar gepakt in overvolle vrachtwagens die vaak niet aan de normen noch aan de welzijnsnoden van de dieren voldoen, krijgen de dieren meestal geen voedsel, water of rust. De dieren raken zo meer uitgeput, uitgedroogd en zwaar gestresseerd. Sommigen hijgen en happen wanhopig naar lucht. Anderen raken gewond of zakken in elkaar op de vloer van de vrachtwagen, waar ze vertrappeld en verpletterd worden door mede-slachtoffers. Bij bepaalde transporten sterven zeer veel dieren al voor hun aankomst door uitputting, warmte en gebrek aan water of aangepaste ventilatie.
Zwaar gewonde runderen werden zelfs in 2005 nog aan gebroken poten opgehesen. Dat getuigde de Duitse documentairemaker Mannfred Karreman. Elk jaar exporteert de Europese Unie zo’n 200 000 levende runderen naar slachthuizen in het Midden-Oosten, waar de dieren in schrijnende omstandigheden zonder verdoving gekeeld worden. De grootste exporteurs zijn Duitsland, Frankrijk en Ierland. In 2004 kregen de veetransporten 52 miljoen euro subsidies van Europa.
Het transport van levend vee over verre afstanden veroorzaakt onnoemelijk veel dierenleed. GAIA pleit voor transport van vlees in koelwagens in plaats van de dieren (half) levend naar het slachthuis te vervoeren. Bij veetransporten eist GAIA een maximumduur van 8 uur per rit, en voldoende aangepaste vrachtwagens zodat de dieren genoeg ruimte hebben en kunnen drinken. Enkele campagneresultaten:
Op 20 februari 1995 protesteerden 300 betogers uit zowat alle lidstaten van de Europese Unie tegen de schande van het vervoer van vee over lange afstanden. Een maand later trotseerden meer dan 700 mensen uit alle EU-lidstaten hagel- en smeltende sneeuwbuien. Brigitte Bardot en Liliane Saint-Piere kwamen ons een hart onder de riem steken.
In 2000 bevestigde een rapport van de Europese Commissie officieel wat GAIA al jarenlang aanklaagt: het vervoer van vee over lange afstanden is een ware lijdensweg voor de dieren.
In 2002 sprak het Europees Parlement zich uit voor de eisen van GAIA: een maximumduur van 8 uur en het beëindigen van exportrestituties. GAIA zal actie blijven voeren om deze wil van de Europese volksvertegenwoordiging niet te negeren.
Een schitterend kerstgeschenk voor de dieren in 2005: Europa schaft subsidies voor export van levend slachtvee af! Het gaat hier om de verste veetransporten vanuit Frankrijk, Duitsland en Ierland naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
|
.GAIA's campagne tegen het leed van honden en katten
die in China gedood worden voor hun pels
Eind 1998 ontdekten dierenbeschermers dat vooral in China, maar ook in andere Aziatische landen, jaarlijks zeker 2 miljoen honden en katten worden gefokt en gedood voor hun vacht. Het merendeel van dit bont wordt geëxporteerd naar Noord-Amerika en Europa. De Humane Society of the United States wist door undercover onderzoek aan te tonen dat producten van honden- en kattenbont verkocht worden in diverse kledingzaken en warenhuizen in de hele wereld, ook Europa. De pelzen worden niet alleen verwerkt in kleding, maar ook in speelgoed, kattenspeeltjes en (reuma)dekens. Omdat honden- en kattenbont relatief goedkoop is, wordt het ook gebruikt voor het bekleden van beeldjes en poppetjes met bont. Al jaren importeert Italië bont en huiden van honden uit China en andere landen voor de productie van voeringen en binnenzolen van schoenen en laarzen.
Eind 1998 werd op de Duitse TV een schokkende reportage uitgezonden, die toonde dat dagelijks duizenden honden en katten in China, Thailand en de Filippijnen het slachtoffer worden van de bontindustrie. De dieren worden gevangen of onder vreselijke omstandigheden gefokt. Ze worden opgesloten of zelfs vastgebonden in donkere schuren. De dieren worden geslagen, neergestoken of gewurgd. Daarna worden ze bij hun achterpoten gegrepen en meegesleurd. Een kweker trapt letterlijk de kop van de hond in. Met een bijl worden stukken van de poten weggehakt. Vervolgens worden ze opgehangen aan vleeshaken. Uiteindelijk wordt de vacht van het dier gerukt, vaak terwijl hij nog in leven is. De oorsprong van dit bont is nauwelijks te achterhalen. Logisch, want consumenten zouden immers nooit willens en wetens deze producten kopen. Om de onduidelijkheid verder te vergroten wordt de herkomst van het bont verhuld in benamingen zoals Gae-wolf, wolf of Asia en Chinese wilde hond. Overduidelijk laat de herkomst van de producten de bontindustrie koud.
DNA-onderzoek uitgevoerd in opdracht van de organisatie ‘Bont voor Dieren’ wees uit dat ook in Nederland honden- en kattenbont wordt verkocht. Hondenbont werd onder andere aangetroffen in bontpompoentjes aan een trui, een decoratief poezenbeeldje met bont, een haaraccessoire en een kattenspeeltje. Bij navraag door onze collega's van Bont voor Dieren stelden de winkels dat zij het hebben ingekocht als konijnenbont. Het onderzoek toont aan dat producenten liegen over de herkomst van het bont dat zij verkopen. Konijnenbont wordt dikwijls ingezet als dekmantel voor huisdierenbont.
GAIA ijvert al jarenlang voor een invoer- en handelsverbod op honden- en kattenbont.
Dankzij enkele recente doorbraken komt ons streefdoel steeds dichterbij: Mede dankzij de volgehouden inspanningen van GAIA ondertekenden ook 21 van de 25 Belgische europarlementsleden de schriftelijke verklaring van het Europees Parlement over een verbod op de handel in katten- en hondenbont. Onder impuls van GAIA beslisten drie ministers samen om de invoer en verhandeling van bont van honden en katten in België te verbieden. In 2006 diende minister van economie Verwilghen zijn wetsonwerp voor het handelsverbod in bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
U IN ACTIE
Laat van u horen. Schrijf brieven naar de Chinese ambassade en de Europese Commissie om de productie en handel van bont tegen te gaan. Vertel uw vrienden, familie en onbekenden over de wreedheden. Vele mensen denken dat deze wrede praktijken verboden zijn. Overtuig ze van het tegendeel en zeg dat het zo niet langer kan. Spreek mensen aan die bont dragen. Vraag onze gratis bontkaartjes. Koop en draag geen bont, ongeacht de diersoort die gedood werd voor zijn vacht. De dieren verdienen het niet om voor hun pels te moeten sterven. Let op, ook in de kraag van een jas kan bont verwerkt zitten!
|
.
Waarom moet ik absoluut mijn kat onvruchtbaar laten maken?
Weet u dat uw poes twee, drie nestjes per jaar kan krijgen, dat een nest gemiddeld uit vier tot zes kittens bestaat en dat er tussen de vele zwerfkatten ook nakomelingen zitten van gewone niet-gesteriliseerde of gecastreerde huispoezen? De overpopulatie van (zwerf)katten brengt, afgezien van veel dierenleed (ontbering, ziekte) heel wat overlast met zich mee voor de bevolking : geurhinder door het 'sproeien' van katers, uitwerpselen, 'verliefde' katers die ‘nachtelijk concerten’ geven, huispoezen die aangevallen worden enz. Naast het feit dat dit probleem aangepakt moet worden door gemeente- en stadsbesturen, moeten we er ook voor zorgen dat er geen nieuwe zwerfkatten meer bijkomen. Ook de dierenasielen kunnen de toevloed van jonge katjes niet meer aan. In 2004 werden in België meer dan 15500 gezonde katten in asielen gedood omdat ze niet geplaatst konden worden omdat ze met teveel zijn. Een dagelijks drama in de asielen en een verspilling van levens.
Uw poes onvruchtbaar te laten maken heeft voor het dier zelf ook voordelen. Door sterilisatie hebben kattinnen veel minder kans op tumoren. Katers gaan minder zwerven, vechten minder en lopen minder risico besmettelijke ziektes op te lopen zoals kattenaids of leucose. Onvruchtbare katers geven geen nachtconcerten en veroorzaken minder stankoverlast in de buurt. De kattenpil en de kattenprikpil zijn gekende anticonceptiemiddelen maar de pil is niet altijd efficiënt en de prikpil is vrij duur. Tot slot nog dit : als u nog geen poes heeft, en u wilt er eentje in huis halen, ga dan eens langs bij een asiel. Daar zitten vele katten te wachten op een thuis.
Hoe kan ik op een diervriendelijke manier ratten en muizen weghouden of verjagen?
Als ratten en muizen verwijderd moeten worden, doe dat dan op een diervriendelijke manier.
Ratten en muizen die overlast veroorzaken, moeten op een diervriendelijke manier verwijderd worden, gezien dit welzijnsgevoelige dieren zijn wiens zenuwstelsel complex genoeg is om pijn te kunnen lijden.
Muizen en ratten zijn alles etende dieren. Zij komen daar waar voedsel is te vinden en nestelen in rommelhokken of kruipruimten. De bruine rat kan ook in vuilnishopen en riolen leven.
De aanwezigheid van muizen en ratten in huis is te voorkomen door :
- afval en eten niet onafgedekt te laten staan
- alle kieren en spleten te dichten met cement, gaas e.d.
- horren te plaatsen voor kelderramen
- rommelhokken en -zolders op te ruimen
- als men in de winter vogels voedert, slechts zoveel voer geven dat dit tegen de middag weg is en alleen op voedertafels en in vogelhuisjes.
Ratten
(In parken etc.) Geef deze dieren zo weinig mogelijk nestgelegenheid; dus geen slordige hoeken en kanten. Zorg ervoor dat er geen etensresten blijven liggen. Geef eenden, kippen eten in speciale bakken waar de ratten niet bij kunnen.
Ratten worden soms verjaagd door de aanwezigheid van honden (predator = natuurlijke vijand). In stadsparken kan het nuttig zijn als stadspersoneel honden laat rondlopen op plaatsen waar aanwezigheid van ratten vermoed wordt.
Ook fretten zijn natuurlijke vijanden van ratten. Zij mogen wel niet vrij rondlopen want ze doden ook kippen, ganzen enz. Men kan wel fretten in een ommuurde ruimte laten rondlopen. Ratten houden niet van de geur die fretten achterlaten zodat ze maken dat ze wegkomen.
Je kan ratten vangen in vangkooitjes (life-traps), te koop in de meeste dierenspeciaalzaken: dit zijn vallen waarin ze gevangen worden zodat ze daarna elders in het open veld weer gelost kunnen worden.
Muizen
In huis
Etensresten en open vuilnisbakken trekken muizen aan!
De aanwezigheid en dus geur van een kat (soms ook van een hond) is vaak al voldoende om muizen weg te houden.
Muizen schijnen te worden verjaagd door de geur van een watje gedrenkt in pepermuntolie.
Ook voor muizen zijn er in gespecialiseerde dierenwinkels life-traps te koop waarin ze gevangen kunnen worden en waaruit men ze later (ver van het huis) vrij kan laten in het open veld. Vang ze met chocolade of cake, liever niet met kaas die snel uitdroogt en geur verliest.
LET WEL: er zijn life-traps in de handel waarvan een gedeelte van de val bestaat uit een soort ijzeren gaas/kippengaas (bedoeld als verluchting) met té grote gaten, waardoor de muis probeert te ontsnappen en zich ernstig kan verwonden!
Er zijn in de handel apparaatjes te koop die een ultrasoon geluid voortbrengen dat voor ratten en muizen onaangenaam is. De werking van dit apparaatje is echter twijfelachtig.
In de tuin
Pauwen die rondom het huis lopen, houden de omgeving muizenvrij.
Een manier om muizen te verdrijven is het produceren van geluid. Half in de grond gegraven flessen maken een vervelende fluittoon.
Er bestaan ook diverse elektrische trilapparaten, het een al effectiever dan het andere. Vraag dus garanties.
Sommige erg stinkende stoffen zouden ook kunnen helpen: gier van allerlei plantaardig materiaal in hun gangen leggen of gieten schijnt te helpen (b.v. brandnetelgier)
Van een aantal planten wordt beweerd dat ze een afwerend effect hebben op muizen en ratten. Zo b.v. keizerskroon en kruisbladwolfsmelk (ook voor mollen) maar ook knoflook. Minder vaak ook zwarte bes.
Als er veel kans is op muizen en ratten is het dun houden of achterwege houden van bodembedekking belangrijk.
|
.GAIA's campagne tegen het leed van eenden en ganzen
die gedwangvoederd worden voor foie gras
Voor de productie van foie gras worden in België ieder jaar vele tienduizenden eenden en een paar duizend ganzen onder dwang gevoederd en gedood. In Frankrijk loopt dat getal op tot 20 miljoen eenden en 500000 ganzen per jaar! Tijdens het dwangvoederen wordt er gebruik gemaakt van een pneumatisch aangedreven trechterbuis. Een vetmestmachine spuwt een vette maïsbrij in de strot van de dieren. Je kan het vergelijken met een mens van 80 kg die dagelijks 20 kg spaghetti moeten doorslikken.
een trechterbuis van +/- 28 cm wordt in de slokdarm geduwd tot aan de voormaag
Voor foie gras worden volwassen eenden gedurende ongeveer twee weken en volwassen ganzen gedurende drie weken onder dwang gevoederd met de vette maïs. 5 tot 10 % van de eenden en ganzen sterft nog voor ze geslacht worden.
De zwemvogels worden gehouden in kleine batterijkooien van 30 x 30 cm waarin ze zich niet kunnen bewegen. Zo kunnen wel 600 tot 900 eenden en ganzen per uur vetgemest worden. Door vetmesting wordt hun lever tot 10 keer groter. Omdat de uitgezette lever op hun longen drukt, happen ze voortdurend naar lucht. Ook maagziekten, darmaandoeningen en verwondingen aan de strot en hals komen vaak voor.
In veel Europese landen wordt het dwangvoederen niet toegelaten: in Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, Ierland, Italië, Finland, Luxemburg, Noorwegen, Polen, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Zwitserland, en zelfs in Israël, de belangrijkste foie gras-producent na Frankrijk. Het Hooggerechtshof van Israël heeft in 2003 beslist dat het dwangvoederen er verboden moest worden. Zij waren van mening dat dwangvoederen ontoelaatbare dierenmishandeling is.
In België bepaalt de dierenwelzijnswet (1986) dat dwangvoederen verboden is. Maar voor foie gras kwekerijen wordt op die bepaling een uitzondering gemaakt: Artikel 36: Wordt gestraft, hij die:een dier onder dwang voedsel of drinken toedient, behalve om medische redenen of voor dierproeven, uitgevoerd volgens hoofdstuk VIII of in gespecialiseerde, door de Koning bepaalde kwekerijen en aan de door hem gestelde voorwaarden; Met andere woorden: Het voederen onder dwang van eenden en ganzen is verboden behalve als je een kweker bent met een vergunning. Voor GAIA kan dit niet. Het is onaanvaardbaar dat de dierenwelzijnswet de deur op een kier laat zodat de marteling voor duizenden eenden en ganzen onverminderd blijft voortduren. GAIA wil absoluut de uitzondering uit de dierenwelzijnswet geschrapt zien. Ook wil GAIA mensen aansporen om geen foie gras te kopen of te eten. In 1999 sprak de Raad van Europa een verbod uit op batterijkooien voor eenden. Dit verbod zal ingaan vanaf 2010. Vanaf het ogenblik dat het verbod van kracht is, zal de situatie duidelijk verbeteren, gezien het moeilijker zal zijn om de industriële gavage- en productietechnieken toe te passen. Desalniettemin zal het principe van het dwangvoederen, de grootste oorzaak van dierenleed voor foie gras, blijven bestaan. De strijd tegen deze martelingen is dus nog niet gestreden...
Elk eindejaar start GAIA een campagne op tegen dwangvoederen van ganzen en eenden. Iedereen moet zich bewust zijn van het vreselijke dierenleed dat achter het eindproduct schuilt. GAIA wil voorkomen dat consumenten er de ogen voor sluiten:‘Foie gras is de zieke lever van een gemarteld dier’: al jaren trekt de labelingsbrigade van GAIA op pad om foie gras verpakkingen te voorzien van stickers waarop een waarschuwing staat dat voor dit product dieren hebben moeten lijden.
GAIA zat in 2004 met Fedis en grootwarenhuizen rond de tafel om te praten over de verkoop van foie gras. GAIA legt drie voorstellen op tafel: geen reclame meer voor foie gras, objectieve informatie uitstallen, en een diervriendelijk alternatief ontwikkelen. Het ‘Franse Burgerinitiatief voor de afschaffing van het dwangvoederen voor foie gras' onthult op 15/12/2004 samen met GAIA onthutsend beeldmateriaal over de productie van foie gras in Frankrijk.
Wanneer de resultaten van de Eurobarometer (een opiniepeiling van de Europese Commissie naar de houding van Europeanen ten aanzien van dierenwelzijn, 2005), werden bekendgemaakt, bleek dat België op nummer 1 stond aangaande de bezorgdheid om het leed van eenden. Onze acties tegen het dwangvoederen hebben blijkbaar bijgedragen tot een bewustwording in ons land. De affichecampagne van het eindejaar 2005 sloeg in als een bom. De affiches toonden een gans in lederen outfit en vastgeketend aan de nek. De NMBS en MIVB weigeren de affiches op te hangen in trein- en metrostations omdat ze te shockerend zouden zijn. Discussies en debatten braken los op televisie, radio en in de geschreven pers.
|
.
Wat betekent de naam GAIA
GAIA is de afkorting van Global Action in the Interest of Animals. Het woord gaia bestaat al vele duizenden jaren. Gaia betekent in het Oud-Hebreeuws voelend leven en in het Arabisch leven. In de Griekse mytologie was Gaia de moedergodin van de aarde waaruit alle leven ontstaat. De dierenrechtenorganisatie GAIA voert op verschillende terreinen (Global) actie (Action) voor het welzijn en de rechten, kortom in het belang van de dieren (in the Interest of Animals).
Wanneer en door wie werd GAIA opgericht?
GAIA werd op 31 mei 1992 opgericht en op 10 juni 1992 aan pers en publiek voorgesteld door Michel Vandenbosch (voorzitter, beleids- en campagnedirecteur), Ann De Greef (secretaris, algemeen directeur) en Achilles Cools (vice-voorzitter).
Is GAIA ook actief buiten België?
GAIA is in de eerste plaats opgericht om georganiseerd dierenleed in België aan te pakken. Dat betekent niet dat buitenlandse mistoestanden ons onverschillig laten. Waar wij kunnen, proberen wij ook daar iets te doen maar onze middelen en tijd zijn helaas beperkt. Vele belangrijke dossiers worden de dag van vandaag op Europees niveau beslist. Samen staan we sterker en kunnen we nog efficiënter zijn. Daarom vindt GAIA het belangrijk deel uit te maken van samenwerkingsverbanden over de grenzen heen. GAIA vormt dan ook coalities met dierenrechtenorganisaties op Europees en internationaal niveau .
Moet ik vegetariër zijn om me bij GAIA aan te sluiten?
Neen. GAIA komt op voor de rechten van alle welzijnsgevoelige dieren en voert geweldloos actie tegen georganiseerde dierenmishandeling, waaronder de vleesindustrie. Om ethische redenen en uit respect voor de dieren pleit GAIA dan ook voor vegetarische voeding. Maar GAIA is geen vegetarische organisatie. Iedereen met een hart voor dieren is welkom om zich aan te sluiten. De misbruiken en wantoestanden in de vleesindustrie zijn echter zo groot dat we dieren het best kunnen helpen 1. door er zelf zo weinig mogelijk aan deel te hebben, d.w.z. door de producten van al dat dierenleed niet te consumeren, en 2. door er tegelijk als lid, als vrijwilliger en als activist van GAIA tegen op te komen, door ons te engageren en actie te voeren voor veranderingen. Tevens zijn er in onze samenleving zoveel voedzame en lekkere alternatieven, dat het helemaal niet nodig is om dieren te doden voor ons voedsel. Mensen maken voor zichzelf uit of ze stoppen met vlees (van dieren) te eten. Dat neemt niet weg dat het hier gaat om een beslissing met ethische draagwijdte: het is een morele kwestie, een keuze tussen lijden en welzijn, tussen leven en dood.
GAIA pleit voor vegetarisme. Dieren doden nochtans andere dieren voor voedsel. Waarom zouden wij dat dan niet mogen doen?
De meeste dieren die elkaar doden voor voedsel, zouden niet overleven als zij dat niet zouden doen. Dat geldt niet voor ons. We zijn beter af als we geen vlees eten. Een leeuw die op een gazelle jaagt, kan niet plots afremmen en zich afvragen: ‘Heb ik een alternatief? Berokken ik deze gazelle leed?’. Mensen zijn morele wezens die kunnen kiezen tussen goed en kwaad. Leeuwen kunnen dat niet. Bovendien nemen we dieren ook niet als maatstaf voor ons gedrag op andere terreinen, dus waarom zouden we dat nu hier wel doen?
Voeren dierenrechtenorganisaties zoals GAIA ook terroristische acties?
GAIA voert altijd op vreedzame wijze, dus zonder geweld actie voor de rechten van weerloze dieren. GAIA kiest bovendien voor een aanpak van overleg en beredeneren, wij proberen de publieke opinie te sensibiliseren voor dierenleed en ijveren voor een diervriendelijker beleid. Dat is niet eenvoudig en vergt veel inzet en doorzettingsvermogen, maar onze aanpak werpt vruchten af. Geweld leidt alleen maar tot meer geweld. GAIA veroordeelt dan ook elke gewelddadige actie van welke organisatie dan ook. Als wij ook geweld zouden gebruiken, zouden wij immers geen haar beter zijn dan diegenen die dieren gewelddadig en wreed mishandelen. Geweld roept alleen maar meer geweld op en zo komt men in een spiraal van agressie die alleen maar leidt naar nog meer ellende.
Hoe kun je het rechtvaardigen dat je je tijd aan dieren besteedt, terwijl er zoveel belangrijkere problemen zijn, zoals drugs, racisme, daklozen, de honger in de wereld of kindermishandeling en -uitbuiting?
Er zijn veel ernstige problemen die onze aandacht verdienen. Dierenleed is er één van. We moeten proberen om alle leed en onrecht, waar dan ook, te bannen. Dieren helpen is niet belangrijker en niet minder belangrijk dan mensen helpen - het is allemaal belangrijk. Het is ‘in de bereidheid om wat weerloos is, te respecteren’, dat we ons ‘manifesteren als ethische wezens. De bereidheid te respecteren wie of wat dit respect niet kan afdwingen, is de ethische barometer van een beschaving.’ En: ‘De graad van beschaving van een land laat zich meten aan de wijze waarop het zijn dieren behandelt’. Om over na te denken, niet?
Indien we de dieren die we gebruiken voor consumptie een goed leven geven, wat is er dan mis met het eten van vlees?
Ook het doden van dieren voor consumptie is een ethisch probleem. In onze huidige westerse samenleving hebben we geen vlees nodig om gezond te leven en te overleven. Er zijn voldoende volwaardige en lekkere alternatieven. Waarom dieren met gevoelens en verlangens doden wanneer een alternatief voorhanden is? Als deze dieren een gelukkig leven leiden, hebben ze evenveel recht als wij om te blijven genieten van dat leven, tot ze een natuurlijke dood sterven.
Als iedereen vegetariër zou worden, komt er een overpopulatie varkens, koeien, kippen, ...
In België alleen worden jaarlijks ongeveer 230 miljoen dieren gedood voor consumptie. Op wereldschaal gaat het om miljarden geslachte dieren. Het aantal geslachte dieren is zo verschrikkelijk groot omdat er zoveel vlees gegeten wordt. Indien iedereen vegetariër werd, zouden die miljoenen dieren niet ronddolen in de straten want ze zouden eenvoudigweg niet ‘geproduceerd’ worden. Als iedereen vegetariër zou worden zouden de meeste dieren er dus slechter van af komen, omdat veel van hen dan niet eens geboren zouden worden. Het leven van de dieren in de intensieve veehouderij is zo miserabel, dat we ze echt geen dienst bewijzen door hen tot een dergelijk bestaan te dwingen, opgesloten en misbruikt en afgeslacht als productiemiddelen of omhulsels voor vlees.
Veehouders geven om hun dieren. Immers, als de dieren ongelukkig of ongezond zouden zijn, zouden zij niet zoveel producten als vlees en eieren produceren.
Vooral de intensieve veehouders, die zoveel mogelijk dieren houden op zo weinig mogelijk ruimte, zijn niet zozeer geïnteresseerd in het welzijn van hun dieren dan wel vooral, of in het ergste geval alleen, in hoeveel hun dieren opbrengen. Zo worden dieren verengd tot een soort levende machines om zoveel mogelijk melk, vlees en eieren te produceren. Dit alles is duidelijk waar te nemen in de vakbladen uit deze industrie. Men maakt b.v. gebruik van snelgroeiende rassen vleeskippen, speciaal geselecteerd om in amper 42 dagen van een piepkuikentje tot een mastodont van meer dan 2 kg, het gewenste slachtgewicht, uit te groeien. Deze dieren zitten met 24 per vierkante meter opeengepropt in hun laatste levensweek en lijden aan buikzucht, kreupelheid en brandwonden aan de voetzolen (ten gevolge van de ammoniak in de uitwerpselen).
De veehouders kunnen het zich veroorloven om een bepaald percentage dieren te verliezen aan ziekte of sterfte (uitval genoemd); ze verdienen dan toch nog genoeg omdat de kosten per productief dier zeer laag zijn. Zogenaamde voor- of vroegtijdige sterfte (vooraleer de dieren afgevoerd worden naar het slachthuis) zal maar als een probleem erkend worden vanaf het moment dat de productiviteit er onder gaat lijden. De dieren worden behandeld met medicijnen, speciale voeders en worden dicht bij elkaar gepropt in stallen opgesloten. Bij kippen wordt, om meer eieren te verkrijgen, het dag- en nachtritme gemanipuleerd door het licht bijna 24 uur lang aan te houden. Het feit dat b.v. kippen eieren leggen en zogenaamde vleesvarkens aanmesten en zeugen biggen werpen, zegt op zich niets over hun welzijn, gezien zij ook onder slechte omstandigheden ‘produceren’. Bij melkvee is er dan weer wel een duidelijke link tussen verminderde melkproductie en slecht dierenwelzijn. Vandaar dat men, om het ligcomfort van de dieren in de stallen te vergroten, ligmatten zal voorzien, meer bepaald om pijnlijke klauw- en pootkwetsuren tegen te gaan (een belangrijk welzijnsprobleem in de melkveehouderij). De vraag rijst of men dit ook zou doen indien welzijnsproblemen geen effect zouden hebben op de melkproductie?
Een onmiskenbare indicator van goed welzijn is de afwezigheid van abnormaal, gestoord gedrag én het vertonen van normaal gedrag (in de betekenis van: eigen aan de soort). Wat dit precies inhoudt wordt per diersoort onder meer bepaald door de dieren te observeren in vrijheid, of tenminste in een omgeving, die voor hen interessant en stimulerend is en die maximaal voldoet aan hun behoeften. Voor nertsen b.v. geldt dat ze de behoefte hebben aan zwemmen, veelvuldig duiken en lange afstanden lopen in een leefgebied van enkele vierkante kilometers. Niets daarvan kunnen ze doen in fokkerijen. Ook hun lichaamsbouw verraadt waar de dieren behoefte aan hebben : bvb de poten van nertsen zijn gedeeltelijk voorzien van zwemvliezen.
Dieren die in de intensieve veehouderij, dierentuin, pelsdierhouderijen of in proefdierlaboratoria in kooien gehouden worden, lijden toch niet? Ze weten niet beter want hebben nooit anders gekend.
Dat dieren nooit iets anders gekend hebben dan een afstompend leefmilieu waartoe mensen hen gedwongen hebben, en zich evenmin bewust zijn van hun natuurlijke potentieel tot levenskwaliteit (‘ze weten niet beter’), is geen rechtvaardiging voor een dergelijke behandeling.
Een leeuw of een dolfijn kan het vrijheidsbegrip van een mens in al zijn vormen en subtiliteiten niet vatten. Dat betekent niet dat hij geen behoefte heeft aan vrijheid. In zijn boek Respect for Nature begrijpt de Canadese filosofieprofessor Paul Taylor de dierlijke vrijheid idealiter als de afwezigheid van de minste belemmering die een dier hindert in zijn normale activiteit en gezonde ontwikkeling en een zelfstandig bestaan in hún biotoop dat ontsnapt aan de directe controle van de mens en vrij is van voortdurende menselijke tussenkomsten.
Hier hebben dieren de meeste kansen om hun leven zelf te sturen, in de woorden van Paul Taylor 'tot bloei' te komen, en het bestaan te leiden waartoe ze van nature uitgerust zijn, waar ze ook geboren zijn. Een olifant leeft in een toestand van optimaal welzijn naarmate hij zijn soorteigen doelen, behoeften, verlangens en voorkeuren kan nastreven en vervullen. Voor een olifant maakt de mogelijkheid om in kudde te migreren daar deel van uit. Drie meter lange tuimelaars zijn al 65 miljoen jaar perfect gestroomlijnd om in hechte sociale groepsverbanden van enkele tientallen tot wel duizend dolfijnen dagelijks tot 60 km te zwemmen en 200 tot 500 meter diep te kunnen duiken.
Een schrijnend contrast met een dolfinariumbassin van enkele tientallen vierkante meter en enkele meters diep. In die omgeving kan het natuurlijke, aangeboren potentieel (waar ze ook geboren zijn, in gevangenschap of niet) aan voor hen normale soortspecifieke vaardigheden zich niet of nauwelijks ontwikkelen en wordt de dieren tekort gedaan. Niet alleen directe, fysieke mishandelingen, die zichtbare lichamelijke schade (letsels en verwondingen) veroorzaken, of ziekte door verwaarlozingen, zijn een graadmeter van slechte levenskwaliteit. Ook de mate van ontplooiing van het natuurlijke potentieel of van deprivaties en frustraties door gebrek aan ontplooiingsmogelijkheden, bepaalt of een dier een waardig dan wel onwaardig bestaan leidt. Leven in een saaie omgeving waarin de levensruimtelijke vrijheid sterk beknot wordt, kan het mentale welzijn van dieren zodanig erg aantasten dat ze zich uit verveling of frustratie neurotisch of zelfs psychotisch gedragen, zich zelf verminken, depressief of apathisch worden.
In de natuurlijke omgeving komt aan hun levensloop onvermijdelijk vroeg of laat een einde, al dan niet abrupt. Dat hoort bij de risico's van het bestaan. Maar los daarvan zijn dieren, min of meer solitair levend of in een sociale groep, in hun biotoop onbevangen vrij te komen en te gaan waar ze willen. Slechts afgeremd door hun eigen natuurlijke begrensdheid of tot ze botsen op een omheining die een wildpark begrenst. Voor een dolfijn is dat de kustlijn. De natuurlijke wereld van een normale dolfijn kent geen betonnen muren noch glazen wanden.
Hoe weet ik wanneer een cosmeticaproduct dierproefvrij is?
Bedrijven die bereid zijn de Internationale Norm Dierproefvrij te ondertekenen (dit houdt in dat noch hun ingrediënten noch hun eindproducten, noch door henzelf noch door hun leveranciers getest worden op dieren) worden in onze dierproefvrije cosmeticalijst opgenomen. We verzekeren ons van de waarachtigheid van de bedrijven door hen jaarlijks om een schriftelijke garantie van zichzelf en hun leveranciers te vragen.
Wanneer een bedrijf deze norm niet ondertekent, betekent dat dus dat ze ofwel hun ingrediënten testen, ofwel voeren hun leveranciers testen uit, ofwel hebben ze nog een andere reden om niet te tekenen (een reden die wij niet kennen). Dat bedrijf wordt dan niet opgenomen in de internationale lijst van dierproefvrije cosmetica.
Bedrijven die zeggen dat hun eindproducten niet op dieren getest worden, liegen hoogstwaarschijnlijk niet. Jammer genoeg vertellen ze vermoedelijk niet de volledige waarheid: de ingrediënten worden waarschijnlijk nog door derden op dieren getest. Bijgevolg zijn hun producten niet dierproefvrij.
Als we niet op dieren zouden testen, zouden we dan niet op mensen moeten testen?
Neen, helemaal niet. We hoeven niet te kiezen tussen testen op dieren en testen op mensen. Er worden trouwens niet-ingrijpende experimenten gedaan op menselijke proefpersonen, die, goed ingelicht, vooraf hun toestemming moeten kunnen geven. Maar aan een dier, dat, in tegenstelling tot de menselijke proefpersoon, voor een experiment gepijnigd, ziek gemaakt, vergiftigd of verminkt wordt, vraagt men zijn toestemming niet. Het dier kan zich niet afdoende verweren en is als zodanig een slachtoffer van machtsmisbruik. Het is zeker waar dat één van de fundamentele problemen van dierproeven de moeilijkheid is om de resultaten te extrapoleren van één soort naar een andere, en dus is het doel van de vervanging van dierproeven methoden vinden die biologisch relevanter zijn. Maar dat houdt zeker geen onethische experimenten op mensen in!
Er is een hele reeks gesofisticeerde, geavanceerde onderzoekstechnieken waar geen dieren aan te pas komen (bvb computersimulaties, cell-, weefsel- en orgaancultuur, complexe kunstmatige systemen, epidemiologie, enz) of hersenbeelden die menselijk biologisch materiaal of informatie gebruiken, zijn onmiddellijk toepasbaar op de menselijke situatie. Deze technieken zijn niet alleen humaner maar ook vaak goedkoper en sneller uitvoerbaar. Bovendien bieden ze relevantere en betrouwbaardere resultaten.
Zijn dierproeven niet noodzakelijk om er zeker van te zijn dat medicijnen veilig zijn voor de mens?
Dierproeven zeggen iets over dieren, niet over mensen. De resultaten van studies op dieren kunnen nooit de veiligheid of doeltreffendheid van menselijke medicijnen of andere producten garanderen door de fundamentele biologische, anatomische en biochemische verschillen tussen mens en dier. Verschillende soorten kunnen compleet verschillende reacties hebben op een reeks stoffen, en het is pas wanneer een stof tijdens menselijke klinische testen wordt uitgeprobeerd dat we echt weten of het veilig is voor gebruik. Er kunnen bijvoorbeeld enorme verschillen zijn in de reactie op effecten van medicijnen in mensen en in andere dieren. Aspirine wordt als een relatief veilige en efficiënte pijnstiller gebruikt bij mensen maar kan fataal zijn voor katten. Penicilline is een veel gebruikt antibioticum bij mensen maar kan cavia’s doden. Arsenicum is heel gevaarlijk voor de mens maar is dat veel minder voor ratten, muizen of schapen. Insuline, een medicijn dat veilig is voor mensen met diabetes, kan afschuwelijke misvormingen veroorzaken bij muizen, konijnen en kippen.
Het gevaar van steunen op dierstudies wordt geïllustreerd door de lange lijst van medicijnen getest op dieren die uit de handel worden gehaald of in hun gebruik worden beperkt door onvoorziene neveneffecten bij menselijke patiënten. In april 2000 bleek uit een studie van de Amerikaanse consumentengroep Public Citizen dat ongeveer 100 000 Amerikanen jaarlijks sterven door een negatieve reactie op een medicijn. Een rapport gepubliceerd door de Britse Audit Commission ‘A Spoonful of Sugar’, gepubliceerd in 2002, onthulde dat menselijke sterftes toegeschreven aan negatieve reacties op medicijnen in de voorbije tien jaar meer dan vijfmaal is toegenomen in het Verenigd Koninkrijk, met een totaal van 1100 gevallen in 2000. Volgens een wetenschappelijke studie die in 2001 is gepubliceerd sterven elk jaar 16 000 mensen in Duitsland door negatieve reacties op medicijnen. We willen allemaal reële vooruitgang zien in de behandeling van pijnlijke en slopende menselijke ziektes, maar we denken dat die vooruitgang afhangt van de ontwikkeling van moderne, biologisch relevante onderzoekstechnieken die geen dierproeven impliceren.
Belangrijk om weten is dat er bedrijven zijn die medicijnen ontwikkelen en testen doen zonder dieren te gebruiken. De Pharmagene Laboratories uit het Verenigd Koninkrijk, bijvoorbeeld, gebruiken alleen menselijke informatie, weefsels en computers en zij produceren veilige medicijnen.
|