.
30 november 2006, Marianne Thieme, Partij voor de Dieren - Maidenspeech in de Tweede Kamer :
Meneer de voorzitter,
Wij van de Partij voor de Dieren zijn nieuw hier, en om die reden past ons enige bescheidenheid, ook vanwege de omvang van onze fractie enerzijds en de omvang van het probleem waarover we spreken anderzijds. Vastgesteld moet worden dat een groot aantal vluchtelingen in ons land onredelijk lang heeft moeten wachten op de definitieve uitslag van hun verzoek om een verblijfsvergunning. Niet als gevolg van door hen veroorzaakte problemen, maar als gevolg van een vluchtelingenbeleid dat in z’n uitvoering sterk te wensen overliet. Het is niet aan ons een waarde-oordeel te geven over de achtergronden van dat beleid, wel stellen we vast dat op dit moment nog steeds een groot aantal mensen in ons land vertoeft waarvan gezegd moet worden dat hun positie te lang te onzeker is geweest. De Partij voor de Dieren pleit voor een samenleving waarin mededogen een belangrijke plaats inneemt en ook de rechtszekerheid van burgers in ons land, van welke achtergrond of herkomst dan ook vinden wij van het grootste belang.
Wat verheugend is om vast te stellen, is dat op basis van hun verkiezingsprogramma’s zich een meerderheid aftekent in ons parlement voor een coulante behandeling van vluchtelingen die te lang in onzekerheid hebben verkeerd. Die meerderheid, van naar het zich laat aanzien PvdA, SP, Groenlinks, D66, Christenunie en Partij voor de Dieren zou op meer fronten in de toekomst kunnen leiden tot een meer humane samenleving. Na de kilte van de afgelopen jaren waaronder veel zwakkeren in de samenleving , mensen én dieren, onnodig in de knel zijn gekomen, is er behoefte aan warmte. Warmte van een ander soort dan de warmte die nu onze ijskap doet smelten. Een samenleving die gebaseerd is mededogen, barmhartigheid en rechtszekerheid, kan niet anders dan vluchtelingen die langer dan 4 jaar hebben moeten wachten op uitsluitsel over hun status, nu een generaal pardon verstrekken. En met een minister die de indruk wekt een dergelijke wens van een kamermeerderheid niet te zullen inwilligen, ligt het voor de hand dat de kamer zelf met een regeling komt. Een regeling die leidt tot het onmiddellijk stopzetten van uitzettingen binnen deze groep.
Om die reden steunt mijn partij de motie Bos. Ik spreek de wens uit dat het aannemen van dit voorstel het begin is van een nieuw beleid waarin mededogen, duurzaamheid, barmhartigheid en rechtszekerheid centraal staan en waarin geld niet langer een doel op zich vormt, maar wordt aangewend als middel voor een aangenamere samenleving. Verder zijn wij van mening dat er een eind moet komen aan de bio-industrie.
.
|