Dierenwelzijn in Nederland > Midas Dekker : 'Het Truffelvarken'
.
Varkens in Nood   ·   Varkensflats   ·   Misstanden bij varkens   ·   Midas Dekker : 'Het Truffelvarken'   ·   introductie Varkens in Nood
 .

In iedere edtie van onze digitale nieuwsbrief verschijnt een 'Varkensverhaal'. De verhalen worden ook op deze pagina gepubliceerd. Met dank aan de auteur en uitgeverij! In de nieuwsbrief van augustus 2006 verscheen 'Het Truffelvarken' van Midas Dekker

'Het Truffelvarken', door Midas Dekker
Wie wordt er verliefd op een eierstok? Geen mens. Niets windt de geslachten zo weinig op als hun organen. Uitwendig zijn geslachtsorganen onsmakelijke slangetjes of schelpdieren, inwendig zeggen ze alleen chirurgen iets. Afknappers. Als dit alles was zou de mens allang zijn uitgestorven.

De seksuele aantrekkingskracht schuilt bij de mens in een heel ander orgaan, veel groter gelukkig, het grootste orgaan dat u heeft, zo omvangrijk dat u er helemaal in past, één à twee centiare groot: de huid. Zo onsmakelijk als een mens met al zijn klieren en kwabben in wezen is, zo fraai is hij veelal in zijn huid verpakt. Ernaar kijken of eraan zitten kan heel prettig zijn.

Andere dieren hebben het moeilijker, met hun huid verstopt onder een dikke pels of verenlaag, onzichtbaar voor gretige ogen, afgeschermd van andermans huid. Met uitzondering dan van het varken.

Het varken is zo’n beetje het blootste beest dat er is; je zit meteen op de binnenband. Veel profijt in de liefde heeft het varken van zijn blootheid echter niet. Het geeft er niet om. Bij varkens gaat de liefde door de neus. Zeugen voelen zich heel warm worden zodra ze het kwijl van een opgewonden mannetje ruiken, mannetjes raken alleen al van de lucht van een minzieke zeug buiten westen.

Mensenneuzen vallen in het niet bij varkenssnuiten vergeleken. Het is maar goed dat we er voor ons liefdesleven niet van afhankelijk zijn. Mensenmannen scheiden in hun oksels dezelfde reukstof uit als varkens in hun kwijl, maar het effect blijft uit en ook omgekeerd zie je zelden mannen wellustig aan ongewassen vrouwen snuffelen. Vroeger moet dat anders geweest zijn. ‘Ne te lave pas (was je niet)’, schreef Napoleon vanaf het slagveld naar zijn geliefde Josephine, ‘je reviens (ik kom er aan).’ Zeep heeft al veel wat vies is schoon,- en eenmaal schoon, kapotgemaakt.

Als regel moet een mens voor het betere ruiken de diensten inroepen van een dier. Van het varken bijvoorbeeld. Het truffelvarken heeft zelfs van zijn neus zijn vak gemaakt. Beter een neus op pootjes, dan een wandelende karbonade, is zijn devies. Voor zijn baas speurt hij bijzondere paddestoelen op, die diep onder de grond aan de wortels van oude eiken groeien. Dat is knap, want grond is een uitstekende deodorant; het is niet voor niets dat we al wat erg stinkt, al is het nog zo teerbemind, onder de groene zoden stoppen.

Hoe komt een varken zo knap? Dat is wetenschappelijk uitgezocht. In die ondergrondse paddestoelen, de truffels, zit dezelfde stof als in hitsig varkenskwijl, waarmee meteen verklaard is waarom zeugen de beste truffelvarkens zijn. En wellicht verklaart dit ook waarom mensen zo verzot op truffels zijn, dat grote kapitalen worden neergeteld voor kleine porties. Vermomd als paddestoel herkent onze neus de charme van onze oksels opeens wel. Seks die je kunt eten, dat is twee hartstochten in één klap vervuld. En daar dan tegenover je de huid van een fraaie tafelheer of –dame bij.

.
Midas Dekker : 'Het Truffelvarken'