.
 
Algemeen
De Partij voor de Dieren vindt dat dieren - evenals mensen - levende wezens zijn met bewustzijn en gevoel en daarom evenals mensen het morele recht hebben op een respectvolle behandeling door de mens. Dit houdt in dat dieren, zowel in het wild levende als gehouden dieren, naar hun eigen aard moeten kunnen leven en niet zonder een noodzakelijk of redelijk doel door de mens in hun welzijn mogen worden aangetast. Beschaving uit zich immers in de wijze waarop mensen met andere levende wezens op deze aarde en met de natuurlijke omgeving in het algemeen omgaan. Het opkomen voor de kwetsbaren in onze samenleving - waaronder dieren - vormt een wezenlijk uitgangspunt van onze beschaving.

Vijf Vrijheden
Door de commissie Brambell (1965) zijn een vijftal vrijheden voor het dier geformuleerd.

Dieren zijn vrij:
van dorst, honger en onjuiste voeding;
van fysiek en fysiologisch ongerief;
van pijn, verwondingen en ziektes;
van angst en chronische stress;
om hun natuurlijke (soorteigen) gedrag te vertonen.

Deze vrijheden gezamenlijk zijn bepalend voor het welzijn van de dieren.
De PvdD vindt dat alle gehouden dieren deze vrijheden minimaal moeten hebben. Helaas geldt voor heel veel dieren dat dit nog niet het geval is.


Algemeen