Proefdier Vrij
.
|
.
.
De vereniging Proefdiervrij, opgericht in 1897, streeft naar de afschaffing van alle dierproeven. Zij wil dit bereiken door proefdiervrije onderzoeksmethoden te stimuleren. Via publieksacties wordt druk uitgeoefend op de politiek, de wetenschap en de industrie.
Het heeft zin om op te komen voor de dieren in laboratoria. Sinds de eerste overheidsregistratie dierproeven en proefdieren (in 1981) is het aantal dierproeven meer dan gehalveerd. In 1981 werden ongeveer 1,5 miljoen proefdieren gebruikt, in 2003 waren dat er ruim 620.000.
De belangrijkste onderwerpen waar Proefdiervrij zich momenteel op richt zijn cosmetica, biotechnologie, het gebruik van proefdieren in het onderwijs, internationale samenwerking in InterNICHE, en de naleving van de wet op de dierproeven.
Het heeft zin om op te komen voor proefdieren. Afschaffen van alle dierproeven in een keer zal niet lukken, daarvoor is de problematiek te ingewikkeld. Het maakt nogal uit of je je richt op dierproeven voor cosmetica of dat de proefdieren worden gebruikt voor de vaccinproductie. Die dingen kan je niet over een kam scheren. Proefdiervrij zal tussenresultaten moeten nastreven om dichter bij haar doel te komen. Soms kost het erg veel tijd om kleine succesjes te bereiken. En bijna altijd is het zo dat ook anderen dan Proefdiervrij, bijvoorbeeld kamerleden of betrokken wetenschappers zich mede hebben ingezet om doorbraken te forceren. Maar stapje voor stapje komt het einddoel, een proefdiervrije wereld, dichterbij:
Commissies ingesteld. Daarmee wordt een begin gemaakt met een bredere ethische toetsing.Vereniging Proefdiervrij / 070 - 306 24 68 / info@proefdiervrij.nl / www.proefdiervrij.nl
Websites van de Vereniging Proefdiervrij:
|
Proefdieren : Welke dieren worden waarvoor gebruikt?
Wat voor dieren zijn proefdieren?
Er zijn niet alleen duizenden verschillende proeven, er worden ook heel veel verschillende diersoorten in proeven gebruikt. In de onderstaande tabel is te zien dat het niet alleen muizen en ratten zijn die in een dierproef gebruikt worden maar ook bijvoorbeeld apen, honden en paarden. Naast deze zogenaamde gewervelde dieren worden er ook ongewervelde dieren in het onderzoek gebruikt. Het gaat hierbij om insecten zoals fruitvliegjes en sprinkhanen maar ook om andere dieren zoals mosselen en inktvissen. Omdat deze dieren niet, zoals de gewervelden, bij de wet beschermt zijn worden ze niet geregistreerd. We weten dus ook niet exact hoeveel ongewervelde dieren er in proeven gebruikt worden.
Welke dieren worden waarvoor gebruikt?
![]()
Muizen
Muizen zijn al jaren de meest gebruikte proefdieren.
Aantal: 286.342
Percentage van totaal: 46,7 %
Doel van de proef:
Er werden 31.335 muizen gebruikt voor de ontwikkeling en productie van vaccins en sera voor mensen, 45.833 voor de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen voor mensen, voor de ontwikkeling en productie van medische hulpmiddelen of toepassingen voor mensen en 43 voor andere ijkingen.
Er werden 19.814 muizen gebruikt bij de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor dieren, 8 voor de ontwikkeling en productie van medische hulpmiddelen en toepassingen voor dieren en 30 voor andere ijkingen.
Om ziekten bij mensen te kunnen herkennen en opsporen werden 6 muizen gebruikt, om ziekten bij dieren op te kunnen herkennen en opsporen 8.698.
Voor onderzoek naar de schadelijkheid van stoffen voor de industrie werden 2382 muizen gebruikt, voor toevoegingen in voedsel voor mensen 350 en voor andere stoffen 1.753.
In het onderwijs werden 3.693 muizen gebruikt.
Voor het onderzoek naar kanker bij mensen werden 51.856 muizen gebruikt. Onderzoek naar hart- en vaatziekten bij mensen 17.182. Voor onderzoek naar geestesziekten of ziekten aan het zenuwstelsel bij mensen werden 18.330 muizen gebruikt. Er werden daarnaast nog 41.513 muizen gebruikt voor het onderzoek naar andere ziekten en lichamelijke kenmerken bij mensen. Om het gedrag van dieren te bestuderen werden 2.434 muizen gebruikt. En voor het onderzoek naar ziekten bij dieren 36. Tot slot werden er nog 39.171 muizen gebruikt voor het oplossen van andere wetenschappelijke vragen.
Ratten
Aantal: 136.961
Percentage van totaal: 22,4 %
Doel van de proef:
Er werden 4934 ratten gebruikt voor de ontwikkeling en productie van vaccins en sera voor mensen, 66.354 voor de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen voor mensen en 1.405 voor de ontwikkeling en productie van medische hulpmiddelen of toepassingen voor mensen.
Er werden 89 ratten gebruikt bij de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor dieren, 2.690 voor de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen voor dieren en 60 voor de ontwikkeling en productie van medische hulpmiddelen en toepassingen voor dieren.
Voor onderzoek naar de schadelijkheid van stoffen in de landbouw werden 5.598 ratten gebruikt, voor stoffen in de industrie 8.395, voor toevoegingen in voedsel voor mensen 1.608, voor toevoegingen in voedsel voor dieren 479 en voor andere stoffen 999.
In het onderwijs werden 4556 ratten gebruikt.
Voor het onderzoek naar kanker bij mensen werden 2.963 ratten gebruikt. Onderzoek naar hart-en vaatziekten bij mensen 5.547. Voor onderzoek naar geestesziekten of ziekten aan het zenuwstelsel bij mensen werden 9.391 ratten gebruikt. Er werden daarnaast nog 9.346 ratten gebruikt voor het onderzoek naar andere ziekten en lichamelijke kenmerken bij mensen. Om het gedrag van dieren te bestuderen werden 1.041 ratten gebruikt. En voor het onderzoek naar ziekten bij dieren 36. Tot slot werden er nog 11.347 ratten gebruikt voor het oplossen van andere wetenschappelijke vragen.
Kippen
Aantal: 103.913
Percentage van totaal: 17,0%
Doel van de proef:
Voor de productie van sera en vaccins voor mensen werden 10 kippen gebruikt, voor de productie en ontwikkeling van geneesmiddelen 710 en voor de ontwikkeling van medische toepassingen en hulpmiddelen 34. Voor de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor dieren werden 74.879 kippen gebruikt. Voor de ontwikkeling van geneesmiddelen voor dieren 975 en voor de productie van medische hulpmiddelen en toepassingen voor dieren 380.
Er werden 1.734 kippen gebruikt in het onderzoek naar de schadelijkheid van stoffen in de landbouw, 58 voor toevoeging aan voedsel voor menselijke consumptie en 576 voor onderzoek naar de schadelijkheid van toevoegingen in voedsel van dieren.
In het onderwijs werden 426 kippen gebruikt.
Voor onderzoek naar ziekten bij mensen werden 63 kippen gebruikt, bij het onderzoek naar ziekten bij dieren 6.172. Om het gedrag van dieren te bestuderen werden 1.464 kippen gebruikt. Tot slot werden er ook nog 16.432 kippen gebruikt voor het oplossen van een andere wetenschappelijke vraag.
Vissen
Aantal: 17.186
Percentage van totaal: 2,8%
Doel van de proef:
Er werden 108 vissen gebruikt voor de ontwikkeling van sera en vaccins voor dieren, 280 vissen voor de productie van geneesmiddelen, 620 voor de ontwikkeling van sera en vaccins voor dieren en 11 voor de ontwikkeling van medische hulpmiddelen of toepassingen voor dieren. In het onderzoek naar de schadelijkheid van stoffen die gebruikt worden in de industrie werden 6180 vissen gebruikt. Er werden 5.022 vissen gebruikt om de schadelijkheid van stoffen te bepalen als ze in het milieu komen.
In het onderwijs werden 608 vissen gebruikt.
Voor onderzoek naar geestesziekten of ziekten aan het zenuwstelsel bij de mens werden 57 vissen gebruikt, voor andere ziekten en lichamelijke kenmerken bij de mens 163. Om het gedrag van dieren te bestuderen werden 2824 vissen gebruikt. Voor het onderzoek naar ziekten bij dieren 302. En tot slot werden er 6.661 vissen gebruikt voor het oplossen van een andere wetenschappelijke vraag.
Varkens
Aantal: 10.198
Percentage van totaal: 1,7%
Doel van de proef:
Voor de ontwikkeling van sera en vaccins voor mensen werden 36 varkens gebruikt, voor de ontwikkeling van geneesmiddelen 407 en voor de ontwikkeling van medische hulpmiddelen of toepassingen voor mensen 119.
Voor de ontwikkeling van sera en vaccins voor dieren werden 3.592 varkens gebruikt, de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen 72 en voor de ontwikkeling en productie van medische hulpmiddelen of toepassingen voor dieren 108.
In het onderzoek naar de schadelijkheid van stoffen in de landbouw werden 12 varkens gebruikt en naar de schadelijkheid van toevoegingen in voedsel voor mensen 139.
In het onderwijs werden 172 varkens gebruikt.
Voor het onderzoek naar kanker bij mensen werden 21 varkens gebruikt. Onderzoek naar hart-en vaatziekten bij mensen 277. Er werden daarnaast nog 72 varkens gebruikt voor het onderzoek naar andere ziekten bij mensen. Om het gedrag van dieren te bestuderen werden 303 varkens gebruikt. En voor het onderzoek naar ziekten bij dieren 1.660. Tot slot werden er nog 3.208 varkens gebruikt voor het oplossen van andere wetenschappelijke vragen.
Konijnen
Aantal: 9390
Percentage van totaal: 1,5%
Doel van de proef:
Er werden 5.476 konijnen gebruikt voor de ontwikkeling en productie van vaccins en sera voor mensen, 3.726 voor de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen voor mensen, 210 voor de ontwikkeling en productie van medische hulpmiddelen of toepassingen voor mensen en 25 voor andere ijkingen.
Voor de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor dieren werden 2.424 konijnen gebruikt.
In het onderzoek naar de schadelijkheid van stoffen in de landbouw werden 885 konijnen gebruikt, naar de schadelijkheid van stoffen in de industrie 371, naar schadelijkheid van toevoegingen in voedsel voor mensen 6 en voor voedsel voor dieren 104.
Om ziekten bij de mens te kunnen herkennen en opsporen werden 4 konijnen gebruikt. Voor het onderzoek naar het herkennen en opsporen van ziekten bij planten 11.
In het onderwijs werden 145 konijnen gebruikt.
Voor het onderzoek naar kanker bij mensen werden 32 konijnen gebruikt. Onderzoek naar hart-en vaatziekten bij mensen 340. Voor onderzoek naar geestesziekten of ziekten aan het zenuwstelsel bij mensen werden 5 konijnen gebruikt. Er werden daarnaast nog 323 konijnen gebruikt voor het onderzoek naar andere ziekten bij mensen. En voor het onderzoek naar ziekten bij dieren 13. Tot slot werden er nog 219 konijnen gebruikt voor het oplossen van andere wetenschappelijke vragen.
Cavia’s
Aantal: 7.798
Percentage van totaal: 1,3%
Doel van de proef:
Er werden 1.208 cavia’s gebruikt voor de ontwikkeling en productie van vaccins en sera voor mensen, 1.672 voor de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen voor mensen, 72 voor de ontwikkeling en productie van medische hulpmiddelen of toepassingen voor mensen en 140 voor andere ijkingen.
Er werden 3.776 cavia’s gebruikt bij de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor dieren.
Voor onderzoek naar de schadelijkheid van stoffen in de industrie 131. Voor de schadelijkheid van toevoegingen in voedsel voor mensen werden 66 cavia’s gebruikt en voor overige stoffen 3.
In het onderwijs werden 98 cavia’s gebruikt.
Onderzoek naar geestesziekten of ziekten werd met 24 cavia’s gedaan. Er werden daarnaast nog 250 cavia’s gebruikt voor het onderzoek naar andere ziekten en lichamelijke kenmerken bij mensen. Tot slot werden er nog 155 cavia’s gebruikt voor het oplossen van andere wetenschappelijke vragen.
Hamsters
Aantal: 5.358
Percentage van totaal: 1,3%
Doel van de proef:
Voor de ontwikkeling van vaccins en sera voor mensen werden 48 hamsters gebruikt, voor de ontwikkeling van geneesmiddelen voor mensen werden 15 hamsters gebruikt, voor de ontwikkeling van medische hulpmiddelen of toepassingen 5.
Voor de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor dieren werden 4.432 hamsters gebruikt.
Er werden 37 hamsters in het onderwijs gebruikt.
Bij onderzoek naar kanker bij mensen werden 125 hamsters gebruikt, bij onderzoek naar geestesziekten en ziekten aan het zenuwstelsel bij mensen 19 en voor andere ziekten bij de mens 572. Tot slot werden er nog 8 hamsters gebruikt voor het oplossen van een andere wetenschappelijke vraag.
Runderen Aantal: 4.985
Percentage van totaal: 0,8%
Doel van de proef:
Voor de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor mensen werden 35 runderen gebruikt, voor de ontwikkeling en productie van medische hulpmiddelen of toepassingen voor mensen 42 en voor de productie van medische hulpmiddelen en toepassingen 56. Bij de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor dieren werden 1104 runderen gebruikt, voor de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen voor dieren 58.
Voor onderzoek naar de schadelijkheid van stoffen in de landbouw werden 111 koeien gebruikt en in de industrie 3.
In het onderwijs werden er 623 gebruikt.
Voor onderzoek naar hart-en vaatziekten bij mensen werden 25 runderen gebruikt. Om het gedrag van dieren te bestuderen werden 75 runderen gebruikt. Daarnaast werden er 453 runderen gebruikt bij onderzoek naar ziekten bij dieren. Tot slot werden er 75 runderen gebruikt voor proeven met betrekking tot het gedrag van dieren en 2.400 runderen gebruikt bij het oplossen van een andere wetenschappelijke vraag.
Amfibieën
Aantal: 3.368
Percentage van totaal: 0,6%
Doel van de proef:
In het onderwijs werden 80 amfibieën gebruikt.
Voor onderzoek naar kanker bij de mens werden 7 amfibieën gebruikt, voor andere ziekten bij de mens 50. Tot slot werden er 3.231 amfibieën gebruikt voor het oplossen van een andere wetenschappelijke vraag.
Schapen
Aantal: 3.355
Percentage van totaal: 0,5%
Doel van de proef:
Voor de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor mensen werden 2.956 schapen gebruikt. Voor de ontwikkeling en productie van medische toepassingen of hulpmiddelen voor mensen 48.
Voor de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor dieren werden 108 schapen gebruikt en voor andere ijkingen 5.
In het onderwijs werden 27 schapen gebruikt.
Voor onderzoek naar hart-en vaatziekten bij mensen werden 13 schapen gebruikt, voor andere ziekten bij mensen 2. In het onderzoek naar ziekten bij dieren werden 196 schapen gebruikt.
Paarden
Aantal: 2.754
Percentage van totaal: 0,4%
Doel van de proef:
Voor de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor mensen werden 31 paarden gebruikt. Voor de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor dieren 2.374. Ook werden er 20 paarden gebruikt voor de ontwikkeling van medische hulpmiddelen of toepassingen voor dieren.
In het onderwijs werden 85 paarden gebruikt.
En tot slot werden er ook 12 paarden gebruikt voor onderzoek van ziekten bij dieren en 32 werden er gebruikt voor het oplossen van een andere wetenschappelijke vraag.
Honden
Aantal: 2.119
Percentage van totaal: 0,3%
Doel van de proef:
Er werden 481 honden gebruikt voor de ontwikkeling van geneesmiddelen voor de mens. Voor de ontwikkeling van medische hulpmiddelen en toepassingen voor de mens werden 50 honden gebruikt.
Er werden 452 honden gebruikt bij de ontwikkeling en productie van sera en vaccins voor dieren 10 voor de ontwikkeling van medische hulpmiddelen en toepassingen voor dieren.
Voor het onderzoek naar de schadelijkheid van stoffen in de landbouw werden 108 honden gebruikt.
In het onderwijs werden 770 honden gebruikt.
Voor het onderzoek naar hart-en vaatziekten bij mensen 68, en in onderzoek naar andere ziekten bij mensen 42. Bij het onderzoek naar ziekten bij dieren werden 110 honden gebruikt en tot slot werden er nog 28 honden gebruikt voor het oplossen van een andere wetenschappelijke vraag.
Nieuwe en oude wereldapen
Aantal: 704
Percentage van totaal: 0,1%
Doel van de proef:
Voor de ontwikkeling van vaccins en sera voor mensen werden 177 apen gebruikt. Voor de ontwikkeling van geneesmiddelen voor mensen 251. Er werden 2 apen gebruikt bij de ontwikkeling van medische toepassingen of hulpmiddelen voor mensen. Voor het onderzoek naar geestesziekten of ziekten aan het zenuwstelsel 8, andere ziekten bij de mens 134 en 28 voor onderzoek van het gedrag van dieren. Voor het oplossen van een andere wetenschappelijke vraag werden 62 apen gebruikt.
Geiten
Aantal: 494
Percentage van totaal: 0,1%
Doel van de proef:
Voor de ontwikkeling van sera en vaccins voor mensen werden 14 geiten gebruikt. Voor medische toepassingen of hulpmiddelen voor mensen werden 29 geiten gebruikt. Bij het ontwikkelen van sera en vaccins voor dieren werden 43 geiten gebruikt.
Er werden 230 geiten gebruikt in het onderwijs.
Voor onderzoek naar hart-en vaatziekten bij mensen werden 89 geiten gebruikt, voor onderzoek naar andere ziekten en lichamelijke kenmerken bij mensen 99. In het onderzoek naar ziekten bij dieren werden 2 geiten gebruikt. Voor het oplossen van een andere wetenschappelijke vraag werden tot slot nog 31 geiten gebruikt.
Katten
Aantal: 406
Percentage van totaal: 0,1%
Doel van de proef:
Er werden 24 katten gebruikt voor de ontwikkeling van geneesmiddelen voor mensen. Voor de ontwikkeling en productie van vaccins en sera voor dieren werden 70 katten gebruikt en 36 voor de ontwikkeling en productie van medicijnen. Voor de ontwikkeling van voedseltoevoegingen voor dierlijke consumptie werden 54 katten gebruikt.
In het onderwijs werden er 120 katten gebruikt.
Voor het onderzoek naar geestesziekten en ziekten van het zenuwstelsel bij mensen werd 1 kat gebruikt en voor het onderzoek naar ziekten bij dieren werden 87. Tot slot werden er nog 14 katten gebruikt voor het oplossen van een andere wetenschappelijke vraag.
Fretten
Aantal: 256
Percentage van totaal: <0,1%
Doel van de proef:
Er werden 92 fretten gebruikt voor de ontwikkeling van sera en vaccins voor de mens. In het onderwijs werden 12 fretten gebruikt. En voor het bestuderen van ziekten bij de mens 60, voor het bestuderen van gedrag van dieren 21 en tot slot voor ziekten bij dieren werden 55 fretten gebruikt.
Kwartels Aantal: 152
Percentage van totaal: <0,1%
Doel van de proef:
Er werden 152 kwartels gebruikt in het onderzoek naar de schadelijkheid van stoffen in de landbouw.
Reptielen
Aantal: 7
Percentage van totaal: <0,1%
Doel van de proef:
In het onderwijs werd 1 reptiel gebruikt en 1 voor onderzoek aan ziekten bij dieren.
Daarnaast werden er 5 reptielen gebruikt voor het oplossen van een andere wetenschappelijke vraag.
Waar komen proefdieren vandaan?
Als je als onderzoeker een dierproef wilt doen, kun je hiervoor niet zomaar een dier van de straat plukken, dit is namelijk sinds 1977 wettelijk verboden. Je zult je proefdieren dus moeten kopen bij speciale proefdierfokbedrijven of zelf moeten fokken op het onderzoeksinstituut waar je werkt. Dat is wetenschappelijk gezien ook veel beter. Voor betrouwbare resultaten is het van belang dat de proefdieren zoveel mogelijk op elkaar lijken. Willekeurig bij elkaar geraapte huisdieren lijken helemaal niet op elkaar, zij hebben allemaal een ander leven gehad voor ze in een dierproef gebruikt werden. Speciaal gefokte dieren lijken heel erg op elkaar, op die manier weet je dat de resultaten uit de dierproef echt komen door de behandeling en niet doordat de dieren allemaal een beetje anders zijn.
Na de proef
De meeste proefdieren worden aan het einde van een dierproef gedood. Niet per se omdat ze door de proef zelf dood gaan, maar vaak omdat de onderzoeker wil zien welk effect de proef op hun organen heeft gehad. Dat kan alleen als je ze doodmaakt. Soms kan een proefdier na een dierproef nog in een andere proef gebruikt worden, maar meestal is dit niet het geval omdat je bij de tweede proef nooit zeker weet of het resultaat dat je vindt door de eerste of de tweede proef komt. Als dieren niet opnieuw gebruikt kunnen worden, worden ze in de meeste gevallen gedood.
Voor het doden van proefdieren na een experiment worden verschillende methoden toegepast. Muizen en ratten worden vaak eerst verdoofd en daarna in een bak met kooldioxide geplaatst, dit gas verdringt zuurstof en de dieren stikken dus. Soms worden de dieren verdoofd en via de halsslagader verbloed of onthoofd. Grotere dieren worden vaak met een overdosis narcose middel gedood. Nadat de dieren gedood en onderzocht zijn worden ze gecremeerd of naar een destructor of afvalverbrandingsbedrijf afgevoerd.
Wat is ongerief
Ongerief is een ander woord voor stress, pijn en/of lijden. Een proefdier ervaart ongerief als het zichtbaar niet blij is met de situatie waarin het zich bevindt, ziek is of pijn lijdt. Ongerief kan bijvoorbeeld komen door de behandeling tijdens de proef (bijvoorbeeld als een dier ziek gemaakt wordt), door de opsluiting onder onnatuurlijke omstandigheden of door het vaak vastpakken door mensen. Eigenlijk heeft elk proefdier dus wel last van ongerief. In welke mate ze daar last van hebben wordt jaarlijks bijgehouden. Het afgelopen jaar (2005) ondervonden proefdieren de volgende mate van ongerief:
Huisvesting van proefdieren
Voor de huisvesting van proefdieren bestaan Europese richtlijnen. Deze richtlijnen verschillen per diersoort. Muizen en ratten worden bijvoorbeeld vaak in kunststofkooien met een metalen roosterdak ondergebracht. Deze kooien worden in opstellingen in speciale kamers geplaatst. De kunststofkooien hebben afmetingen van 45x32x18 cm. Afhankelijk van de grootte van de dieren worden daarin ongeveer 10 muizen of 2 tot 3 ratten ondergebracht. Voor honden moet de minimum-kooimaat volgens de Europese richtlijn 2,8 m2 per dier zijn. Waar mogelijk worden proefdieren met soortgenoten gehuisvest.
|
Practica dierproeven
Een wrede traditie
Je begint vol enthousiasme aan een nieuwe studie. Maar dan merk je dat je dierproeven moet doen. Dat is schrikken. Dit overkomt elk jaar weer duizenden studenten biologie, geneeskunde, farmacie en andere studies. Tijdens practica moet je zelf dieren doden of snijden in speciaal voor jou gedode dieren. Van oudsher worden proefdieren in het onderwijs gebruikt om de ligging van organen te leren kennen of om snijvaardigheden (hand-oog coördinatie) bij te brengen.
Studeer proefdiervrijElke student in Nederland heeft het recht om dierproeven in zijn opleiding te weigeren. Dat is goed. Maar veel studenten weten niet dat je dierproeven mag weigeren en dat de onderzoeksinstelling je een alternatief lesprogramma aan zou moeten kunnen bieden. Daarom geeft Proefdiervrij veel voorlichtingen op universiteiten en ondersteunen wij studenten die dierproeven willen weigeren. Toch is er nog een lange weg te gaan.
Dierproeven weigeren
Dierproeven in het onderwijs zijn onnodig. Ze dienen slechts ter ondersteuning van de lesstof en kunnen prima vervangen worden door alternatieven. Bijvoorbeeld door video’s, computersimulaties, preparaten en kunststofmodellen. Deze alternatieven voor dierproeven illustreren de lesstof uitstekend. Daarnaast kan je keer op keer opnieuw beginnen zonder dat een levend dier hoeft te lijden.
|
InterNICHE
Interniche en Proefdiervrij
In 1988 werd mede door de Vereniging Proefdiervrij InterNICHE opgericht. Dit netwerk van studenten, docenten en dierenbelangenbehartigers houdt zich bezig met vervanging van dierproeven binnen de studies als biologie, medicijnen en diergeneeskunde. InterNICHE geeft onder andere een boek en een video uit die laten zien welke alternatieven er inmiddels voor onderwijsdoeleinden op de markt zijn. InterNICHE organiseert ook geregeld conferenties waarop sprekers vertellen over alternatieven en hun ervaringen hiermee in het onderwijs. Daarnaast beheert InterNICHE het, mede door Proefdiervrij gefinancierde, ‘ global loan system ’ een soort alternatieven bibliotheek waar geïnteresseerden ter kennismaking een alternatief kunnen lenen. In 2002 heeft InterNICHE voor het eerst de Humaan onderwijs prijs uitgereikt. Deze prijs wordt gegeven aan docenten die een goed voorstel hebben voor de vervanging van dierproeven door alternatieven. Met deze, door Proefdiervrij gefinancierde, prijs van 20.000 euro zullen de beste voorstellen tot uitvoer gebracht worden. Op die manier wordt er gestreefd naar proefdiervrij ethisch onderwijs.
Global Loan System
Monika Percic, een studente filosofie beheert vanuit haar studentenkamer in Ljubljana de ‘alternatieven bilbiotheek’ van InterNICHE. De ‘alternatieven bibliotheek’ is een uitleensysteem voor alternatieven voor dierproeven in het onderwijs. Geïnteresseerde docenten en studenten kunnen via Monika een alternatief op zicht krijgen. Op die manier kunnen zij vrijblijvend kennis maken met een alternatief en bepalen of het toepasbaar is binnen hun lessen. Het grootste deel van de alternatieven bestaat uit Cd-rom’s en video’s. Zo is er bijvoorbeeld een Cd-rom waarop de anatomie van een kikker tot in detail uitgelegd wordt. Ook is er een video waarop te zien is hoe muizen op verschillende prikkels reageren. Er zijn een paar tot de verbeelding sprekende alternatieven zoals de geplastificeerde rat en "Jerry" een pluche hond waarop studenten diergeneeskunde kunnen leren reanimeren. Tot nu toe hebben een groot aantal docenten en studenten de weg naar de ‘alternatieven bibliotheek’ weten te vinden. En met succes. Er zijn diverse docenten die na de kennismaking via de ‘alternatievenbibliotheek’ zelf alternatieven hebben aangeschaft. De diergeneeskunde faculteit van de Universiteit van Slovenië is zelfs in het bezit van een, door Proefdiervrij gefinancierde, speciale alternatievencollectie voor in hun bibliotheek die zij via het internet promoten. In eerste instantie waren de mensen die contact opnamen voornamelijk afkomstig uit voormalig Joegoslavië. Na een presentatie van InterNICHE op een congres over alternatieven voor dierproeven, kwam hier verandering in en zijn er aanvragen vanuit Japan, Australië, de Verenigde Staten en Israël gekomen. Ook in die landen is enthousiast gereageerd op de alternatieven. In Israël hebben ze zelfs besloten alle snij practica te vervangen door Cd-rom’s. De ‘alternatieven bibliotheek’ mag dus succesvol genoemd worden. Uiteraard zijn we er nog lang niet. Er zijn nog steeds veel conservatieve docenten die vinden dat studenten in een echt dier gesneden moeten hebben om succesvol af te kunnen studeren. Het is erg moeilijk om deze mensen ervan te overtuigen dat er alternatieven bestaan die hun lesstof net zo goed en soms zelfs beter illustreren dan de dierproef. Toch is het veelbelovend om te zien dat een aantal docenten en studenten op een hele gedreven manier met alternatieven voor dierproeven bezig zijn. Laten we hopen dat deze mensen gaandeweg meer bijval krijgen. En dat steeds meer nieuwe docenten van de nieuwe generatie open zullen staan voor het gebruik van alternatieven in plaats van dierproeven. De ‘alternatieven bibliotheek’ levert hier een belangrijke bijdrage aan.
De " Humane Education Award "
De alternatieven die via de ‘alternatieven bibliotheek’ geleend kunnen worden zijn uiteraard alternatieven die binnen het onderwijs gebruikt kunnen worden. Toch is er niet voor elke cursus een passend alternatief. Om docenten in staat te stellen hun eigen alternatief te ontwikkelen is besloten de ‘Humaan onderwijs prijs’ in het leven te roepen. Docenten met goede ideeën voor de ontwikkeling van alternatieven kunnen deze op papier zetten en als voorstel indienen. Dit voorstel zal beoordeeld worden op een aantal punten. Ten eerste wordt er gekeken naar het aantal dierenlevens dat door het alternatief gespaard zal gaan worden. Daarnaast moet een alternatief op een ethisch verantwoorde manier geproduceerd kunnen worden en de studenten moeten iets van het alternatief kunnen leren. Het bedrag dat aan de ‘Humaan onderwijs prijs’ verbonden is, 20.000 euro, wordt verdeeld over de beste voorstellen. De ‘Humaan onderwijs prijs’ stelt docenten dus in staat een alternatief te ontwikkelen dat helemaal past binnen de lessen die zij geven. De reacties zijn enthousiast. De docenten die gereageerd hebben zijn erg betrokken bij hun voorstel, het gaat immers om hun alternatief. In de eerste ronde zijn er al vier voorstellen binnen gekomen. Drie daarvan voldoen aan de gestelde eisen. Deze zullen alle drie tot uitvoering gebracht worden. Dit zal totaal ongeveer 800 dierenlevens sparen. In september is er een nieuwe ronde om voorstellen in te dienen. We wachten vol spanning af op wat er voor ideeën binnen zullen gaan komen.
Dierproeven in het onderwijs in Slovenië
Hoe zit het nou eigenlijk met de houding ten opzichte van alternatieven in het onderwijs in Slovenië? Die is erg afhankelijk van de studierichting en de docenten waar je mee te maken hebt. Het verschilt per studie hoe gemakkelijk een alternatief voor een dierproef in gebruik genomen kan worden. Maar vaak geldt ‘waar een wil is, is een weg’. Met name de oude generatie docenten hebben moeite met alternatieven. Zij staan de vervanging van dierproeven soms in de weg zoals bij de Geneeskunde Faculteit. Bij de Biologie Faculteit was de docent van mening dat je alleen een goed bioloog kan worden als je in een echt dier gesneden hebt. Dit betekent dat zijn assistent voor de aanvang van een cursus met een schepnet op pad gaat om kikkers te vangen. Op de vraag of dit toegestaan is antwoordde de docent dat de kikkers anders platgereden zouden worden door auto’s. Van ethische afwegingen en controlemiddelen was hier geen sprake. Dit is een voorbeeld van hoe het niet zou moeten. Gelukkig zit er ook een andere kant aan het verhaal. Er zijn mensen die zich inzetten voor het verminderen van het aantal dierproeven in het onderwijs en de vervanging van deze proeven door alternatieven. Bijvoorbeeld bij de Diergeneeskunde Faculteit. Door het gebruik van kadavers en alternatieven hoeven hier al bijna geen dierproeven meer gedaan te worden. Het kleine aantal dierproeven dat nog wel uitgevoerd wordt bij deze faculteit, moet net als in Nederland eerst beoordeeld worden door de ethische commissie. Als zij vinden dat het doel van de proef opweegt tegen het lijden van het dier, mag het experiment uitgevoerd worden. De dierenwelzijn medewerker van de faculteit controleert of de onderzoekers zich tijdens het experiment aan de regels houden. Daarnaast wordt er gekeken of bepaalde experimenten gecombineerd kunnen worden waardoor er minder dieren gebruikt hoeven te worden. Eens in de zoveel tijd komt de veterinaire inspectie van de overheid langs om te controleren of de faculteit diergeneeskunde zich aan alle afspraken houdt. Als een onderzoeker zich niet aan de gestelde eisen houdt, wordt het onderzoek stopgezet en moet zowel de persoon zelf als de faculteit een boete betalen. Op die manier wordt er dus op elk niveau controle uitgeoefend. Om het aantal dierproeven te minimaliseren haalt de faculteit kadavers bij boeren en slachtafval bij het slachthuis op. Daarnaast zijn zij in het bezit van een, door Proefdiervrij gefinancierde, speciale alternatievencollectie voor in hun bibliotheek die zij via het internet promoten. Vanaf het nieuwe studiejaar zullen studenten ook daadwerkelijk opdracht krijgen deze alternatieven te gebruiken. Dit betekent dat ze in de bibliotheek achter de computer plaats zullen nemen in plaats van aan de laboratoriumtafels. Als de studenten eenmaal in de laatste fase van hun studie beland zijn en zich moeten specialiseren, hebben de klinieken bij de faculteit zoveel echte patiënten tot hun beschikking, dat de studenten via deze dieren voldoende ervaring op kunnen doen. Studenten Diergeneeskunde komen dus bijna proefdiervrij hun studie door, een voorbeeld voor andere faculteiten!
Dierproeven in het onderwijs in Kroatië
Het initiatief voor het stimuleren van het gebruik van alternatieven hoeft niet in alle gevallen van docenten zelf te komen. In tegendeel, vaak zijn het de studenten die vinden dat het anders moet. Zo ook in Kroatië. Twee zeer gemotiveerde studentes van de faculteit biologie in Zagreb proberen hier al enige tijd meer aandacht voor alternatieven te krijgen. Dit gaat niet zo makkelijk aangezien de oude garde professoren negatief ten opzichte van alternatieven staan. Zij hebben zelfs het idee dat het hun positie als docent aan kan tasten. Om deze mensen een wat positievere kijk op alternatieven te laten krijgen hebben de twee studentes een alternatieven middag georganiseerd. Tijdens deze middag werd aan docenten, assistenten en studenten de mogelijkheid geboden zelf achter de computer plaats te nemen om met alternatieven te werken. Daarnaast werd er onder de studenten een enquête afgenomen waarin onder andere gevraagd werd of zij dachten dat alternatieven de positie van hun docenten aan zouden tasten. Er kwamen voornamelijk studenten op de middag af. Toch waren er ook een paar goedwillende docenten en assistenten aanwezig. Zij waren zeer geïnteresseerd in de mogelijkheden en stonden positief tegenover de vervanging van dierexperimenten door alternatieven. Zo was er een assistent professor die onderzoek met slangen deed en zich uitgebreid heeft laten informeren over de amfibieën dissectie Cd-rom. Ook waren er twee assistenten fysiologie die meer wilden weten over de Humaan onderwijs prijs. Hoewel de situatie in Kroatië nog wat conservatiever is dan in Slovenië, komt ook in dit land wel gaandeweg meer aandacht voor de vervanging en vermindering van dierproeven. Een positieve ontwikkeling die hopelijk net als in Slovenië resulteert in de daadwerkelijke in gebruik name van alternatieven in het onderwijs.De toekomst
Aangezien de houding ten opzichte van alternatieven in de Balkan steeds positiever wordt en er meer faculteiten overgaan tot het aanschaffen van alternatieven, moeten we kijken hoever we de alternatievenbibliotheek uit willen breiden. Wellicht kunnen in de toekomst de faculteiten die met de alternatieven werken, net als de diergeneeskunde faculteit van Slovenië, een stuk promotie overnemen. Er zou dan meer geld ter beschikking komen om de aanschaf van alternatieven door faculteiten te subsidiëren. Dat betekent dat ook in landen als Kroatië, waar in verband met de wederopbouw na de oorlog gewoon minder geld ter beschikking is voor dit soort aanschaffen, de vervanging van dierproeven door alternatieven sneller dichterbij zou kunnen komen. Hoewel dit pas het eerste jaar is dat hij uitgeloofd wordt lijkt Humaan onderwijs prijs nu al een groot succes. Er zullen in de loop der tijd hopelijk alleen maar meer voorstellen binnen komen. Eén ding is zeker, er treedt een mentaliteitsverandering op. Weliswaar heel langzaam maar elke verandering kost tijd. Met de nieuwe generatie onderzoekers gaat ook de Balkan stap voor stap op weg naar een proefdiervrije toekomst! Om dit in meer landen mogelijk te maken hebben we besloten dat InterNICHE met steun van Proefdiervrij per 2003 ook een alternatieven bibliotheek in India zal starten. Het is de bedoeling dat ook de Humaan onderwijs prijs in dat jaar in India uitgeloofd zal worden. De eerste voorbereidingen zijn inmiddels getroffen en we zullen er hard aan werken om ervoor te zorgen dat alternatieven in India net zo’n succes worden als in de Balkan. Als we voldoende voet aan de grond hebben in India zijn er nog plannen om uit te breiden naar Rusland, Japan en Brazilië. Voorlopig is er nog genoeg te doen!
|
Wet op de dierproeven
In 1997 is de Wet op de dierproeven gewijzigd. Daarin zijn een aantal aanzienlijke verbeteringen opgenomen ten aanzien van de eerste Wet op de dierproeven van 1977:
Het is verboden om dierproeven voor cosmetica te doen
En ook de LD-50 proef, een proef waarbij heel veel dieren op een vreselijke manier om het leven komen is verboden.
Dieren uit het wild en dieren uit de huiselijke kring mogen niet meer worden gebruikt als proefdier.
In 2003 wordt daar nog een verbod aan toegevoegd: mensapen zoals chimpansees mogen niet meer worden gebruikt als proefdier.
De Wet op de dierproeven wordt in 2005 geëvalueerd. Proefdiervrij vindt dat de openbaarheid rond dierproeven moet verbeteren. Op dit moment is volstrekt onduidelijk welke dierproeven waar en met welk doel worden gedaan. Daarmee ontbreekt een stuk maatschappelijke verantwoording.
Budget voor alternatieven voor dierproeven
Een belangrijk aandachtspunt in onze gesprekken met politici en ambtenaren is het nationaal budget voor alternatieven voor dierproeven. Door de overheid was voor de periode 2001 tot en met 2003 2.700.000,= ter beschikking gesteld. Dit budget dreigde door de moeilijke situatie van de overheidsfinanciën wegbezuinigd te worden. In december 2003 redt de Tweede Kamer het overheidsbudget voor de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven door hiervoor met een amendement 500.000,= te reserveren op de begroting van VWS (29 200 XVI, nr 49, amendement van het lid Rouvoet c.s.). Na ruim een jaar lobbyen en actievoeren van Proefdiervrij heeft minister Hoogervorst in juni 2005 het budget van VWs voor alternatieven voor dierproeven weer op het niveau van 900.000 gebracht.
ChemicalienbeleidOver de veiligheid van chemische stoffen voor mens en milieu is onvoldoende bekend. Daarom werkt de Nederlandse overheid aan een inhaalslag om deze gegevens boven tafel te krijgen. Ook de Europese Commissie heeft hiervoor een beleid opgesteld. Als de –naar schatting- 10.000 stoffen waarvan onvoldoende gegevens bekend zijn allemaal getest moeten worden op de klassieke manier kan dat 22 miljoen proefdieren het leven kosten. Proefdiervrij voert daarom gesprekken met het ministerie van VROM, Tweede Kamerleden en de Chemische industrie om te zorgen dat:
|