Varkens in Nood
.
|
.Stichting Varkens in Nood komt op voor de varkens
Ruim twintig miljoen varkens kwijnen er jaarlijks in de Nederlandse vee-industrie weg. Ze worden opgefokt, doorgefokt en mishandeld. In zes maanden tijd groeien biggen dicht tot spare-ribs, karbonades en speklappen van 100 kilogram. Met afgevijlde tandjes, afgeknipte staarten en (in het geval van mannetjes) onverdoofd gecastreerd, worden ze in urendurende transporten in overvolle vrachtwagens naar Italië en Spanje gebracht.
Tegen dit lot komen we in actie. Word donateur en steun ons in de strijd om een beter leven van varkens in de vee-industrie. Miljoenen honden en katten worden in Nederland verwend met lekkere hapjes. Van vlees van miljoenen andere intelligente dieren.
Het gedraagt zich als een varken...
... maar varkens in de vee-industrie lijken niet meer op hun voorouders
Het huidige varken is een heel ander beest dan het originele beest. Ze zouden elkaar nauwelijks herkennen. Een echt varken is een vlug, behendig en stevig beest met een topsnelheid van 65 kilometer per uur, een actieradius van 50 kilometer per nacht en een gewicht van rond de 100 kilogram. Met hun kleine oogjes kunnen varkens heel goed zien, ook kleuren en ’s nachts. Ze hebben een uitstekend gehoor en een fantastisch reukvermogen: ze kunnen met de neus net zo goed tasten en voelen als mensenhanden.
Wilde varkens
Wilde varkens eten echt alles: planten, wortels, paddestoelen, kadavers en levende dieren. Ze kunnen dan ook gevreesde jagers zijn: ze kunnen je achtervolgen, insluiten en op een niet erg plezierige manier opvreten. In de wildernis van Midden-Amerika lopen de mensen niet voor niets met pistolen op zak om zich te beschermen tegen de varkens. Ook boeren weten dit: ze lopen dan ook altijd achter het varken en niet ervoor zoals bij koeien. Met hun uitermate sterke gebit zijn varkens in staat het vlees van de kuiten te scheuren. Te meer daar varkens humeurig worden als anderen hun het uitzicht benemen.
Varkens zijn verder goede zwemmers en wilde varkens komen dan ook vaak in waterrijk gebied voor. Vissen doen ze nog net niet, maar varkens zijn enorm goed aangepast, hebben onderling een sterke band en zijn zeer sociaal en pienter.
Zeugen in de vrije natuur
De damesvarkens (zeugen) lopen en slapen in groepen. Als het koud is slapen ze dicht op elkaar, als lepels in een bestekbak. Als ze ’s nachts hun behoefte moeten doen, staan ze voorzichtig op om dit elders te doen en nemen daarna hun plaats weer in.
Speels en zindelijk
Biggen zijn dankzij intensieve training door de moeder al na een week zindelijk. Elke big verwerft na de geboorte zijn of haar eigen vaste tepel. Na een eerste periode van strijd, is de zaak beklonken en kunnen de broertjes en zusjes in harmonie opgroeien. Biggen zijn heel speels en schrander en kunnen zichzelf prima vermaken. Ze rennen rond, springen met vier poten in de lucht, duwen elkaar om en houden van een partijtje worstelen.
Varkenstaal
Zeugen trekken in groepen met de biggen rond, terwijl de mannetjes (beren) op afstand blijven. Onderling hebben de varkens een taal met zo'n 40 verschillende uitdrukkingen.
Zo sluw als een…
Een natuurfilm vertoonde beelden van een groep rondscharrelende varkens in India. Op een dag slaagde een panter er in een big onder hevig gekrijs te verschalken. De volgende dag verscheen de panter weer en was er een tweede big verdwenen. Op de film is te zien dat de varkens na dit tweede echec in conclaaf bijeenkomen en overleg voeren voor het geval de panter weer op zou draven. Op een dag was het zo ver. De varkens deden net alsof ze de panter niet zagen, maar zorgden er wel voor dat de biggen een beetje uit zijn buurt bleven. Toen hij binnen hun bereik was gekomen, draaiden de varkens zich als op commando allemaal tegelijk om en bestormden de panter van alle kanten om hem te spiesen op hun slagtanden. De panter schrok zo verschrikkelijk dat hij met vier poten in de lucht sprong en op de ruggen terecht kwam van de varkens. Die noodsprong redde hem het leven en vluchtend over de ruggen ging hij er vandoor.
Stroomlijning
Op schilderijen uit de 16e en 17e eeuw is heel duidelijk te zien dat de toenmalige varkens gestroomlijnd zijn. Ze hebben stevige poten, een donkere, harige en stevige huid en hun neus was veel groter dan die nu is. Door fokprogramma's is de huid van het hedendaagse varken bleek en haarloos, waardoor het in de zon snel verbrand. Daarnaast is de neus van het varken, zijn radiator, sterk ingekort, waardoor zijn temperatuur wel drie graden Celsius kan stijgen. Verder zijn de varkens veel zwaarder geworden en hebben ze korte pootjes gekregen.
Het doorgefokte en mishandelde varken in de bio-industrie
Als we varkens warmtetechnisch beschouwen als een cilinder op pootjes met een romp van 50 centimeter doorsnee en een lengte van één meter, dan geeft een vergroting van de romp (R) met tien tot vijftien centimeter (waarbij de lengte (L) van het varken constant blijft) volgens de aloude formule: Inhoud = pi R2L, een toename van de inhoud met een factor 2,6. De oppervlakte van de cilinder neemt bij dezelfde toename van de straal echter maar toe met een factor 1,8 - volgens 2pi (R2+ RL). De verhouding tussen inhoud en oppervlakte is een maat voor de warmteafvoermogelijkheid.
Slechte warmteafvoer
Het moderne, tonnenronde en kort geneusde varken heeft een warmteafvoer dat in totaal een factor 5 slechter is dan dat van zijn collega in het wild. Varkens in schuren in hete zomers en varkens op transport bezwijken dan ook gauw en op een buitengewoon onplezierige wijze.
Verstoring van de tafelmanieren
Varkens zijn zoals gezegd sociale dieren en net als mensen gaan ze gezamenlijk 'aan tafel'. Voederautomaten in de bio-industrie zorgen er echter voor dat varkens één voor één moeten eten en dat sommige varkens dus eerder beginnen. Dit wordt door de andere varkens zeer ongemanierd gevonden en leidt tot grote frustratie en onderlinge vijandigheid.
Onverdoofde castratie
Een tragische gebeurtenis in het leven van elk mannelijk biggetje is de onverdoofde castratie. In Nederland zijn boeren dit verplicht. Het gaat hier om 22,5 miljoen Nederlandse biggen per jaar die onverdoofd gecastreerd worden. De boer kan en wil geen dierenarts inschakelen voor de verdoving, omdat dit te duur is. Onderzoek van Nederlandse dierenartsen heeft aangetoond dat de ingreep enorm pijnlijk is en nog een week na de ingreep voelbaar. Vaak krijgen de biggen last van diarree en misselijkheid, waarvoor ze dan (weer extra) antibiotica krijgen.
Oorbeschermers
De biggen maken tijdens het castreren zo'n lawaai dat de boeren verplicht zijn met oorbeschermers te werken, omdat hun gehoor anders beschadigd wordt. Het arme moedervarken moet vastgeklemd tussen stalen rekken toestaan dat haar kroost wordt mishandeld, kan de oren niet sluiten en heeft geen enkele mogelijkheid haar frustratie en onmacht af te reageren.
Shock
Varkens kunnen door stress in een shocktoestand geraken. Hun ledematen raken dan van achteren naar voren verstijfd, hetgeen gepaard gaat met enorme angsten, hevige pijnen en uiteindelijk de dood.
Jeuk
Anders dan vrijwel alle andere huisdieren (katten, kippen, konijnen) kan een varken zich niet zelf wassen. Als een varken buiten water krijgt, dan zal hij dit vaak mengen met zand om een modderbad te kunnen nemen. Ze doen dit het liefst met zijn allen, knorren daar tevreden bij en ontspannen zichtbaar. Na afloop schuren ze zich zelf schoon en raken daarmee parasieten en andere irritaties kwijt. De meeste varkens in de bio-industrie hebben geen enkele mogelijkheid zich schoon te maken en hebben daarom heel veel last van jeuk.
Ellendig leven
Wie denkt dat deze opsomming wel voldoende ellende bevat, heeft gelijk, maar in de praktijk zijn er nog veel meer problemen, zoals de wegkwijnziekte, gewrichtsstoornissen door een gebrek aan beweging, gestoord gedrag door een totaal gebrek aan afwisseling, zeugen die na twee jaar al versleten zijn, terwijl ze in de natuur wel vijftien jaar kunnen worden.
De boer als manager
Van alle goede eigenschappen van het varken blijft in de bio-industrie weinig over. De gemiddelde boer weet nauwelijks iets van het natuurlijk gedrag van zijn dieren en des te meer van budgetteringen, voedermachines en bankkredieten. De boer van nu lijkt in niets op de archaïsche boer, die in een romantische omgeving, onder de bomen voor zijn eeuwenoude boerderij tevreden een pijp rookt, terwijl zijn gezonde dieren op het weiland in de ondergaande zon staan te dromen.
Gemakkelijk aanpassen aan de ‘nieuwe’ omgeving
Curieus genoeg weten varkens uit de bio-industrie hun normale leven snel weer op te pakken. Varkens uit de bio-industrie die in Zweden vrij waren gelaten in een stuk bos, begonnen al heel snel groepen te vormen, eten te zoeken, biggen op te voeden en nesten te bouwen. Hun intelligentie zorgde er voor dat ze zich snel aan hun omgeving aan konden passen en het was duidelijk te zien hoe opgewekt en speels de dieren in hun nieuwe omgeving waren.
De gefokte mens
Zouden we mensen net zo fokken als varkens dan zou een volwassen man dunne pootjes hebben van nauwelijks een halve meter lang, een mopsneus, een bleke en slechte huid en een rolmopsachtig lijf van 200 kilo, vaak bijna stikken van de hitte of vergaan van de jeuk en vaak ook allebei.
Help onze varkens
Vergelijken we het vriendelijke, intelligente en sociale dier dat zelfstandig in de bossen zijn voedsel weet te vinden, voor zijn vijanden een geducht tegenstander en voor het kroost een zorgzame ouder is, met de met groeihormonen volgepropte en mishandelde worst van tegenwoordig, dan mag iedereen met een beetje gevoel daar maar één conclusie aan verbinden:
Help onze varkens en eet geen vlees uit de intensieve veehouderij!
|
Varkensflats
Of een varken in een dichte stal zit in de Gelderse Vallei of tien hoog in een varkensflat op een industrieterrein, zal het varken worst wezen. De situatie in verreweg de meeste varkensstallen op dit moment, ook op idyllische plekken als de Achterhoek, Drente en de Gelderse Vallei is bedroevend en beschamend. Varkens zitten in kale, donkere hokken, zonder enige vorm van afleiding te wachten tot ze naar het abattoir worden gebracht.
Een letterlijk en figuurlijk waardeloos leven.
Varkensflats kunnen, hoe tegenstrijdig dit in eerste instantie ook zal klinken, het lot van de varkens verbeteren. De comfort class stallen zoals die nu in onderzoek zijn bij het Praktijkcentrum Raalte, zouden bijvoorbeeld heel goed ingepast kunnen worden. Dat is dan ook het standpunt van de Stichting Varkens in Nood: als varkensflats bijdragen aan meer dierenwelzijn en dieronvriendelijke stallen vervangen worden, dan zijn wij niet op voorhand tegen varkensflats op industrieterreinen. Verder is het een goede gedachte om de dieren wat dichter bij de stad te brengen zodat de stadsbewoners kunnen kijken hoe hun karbonaadjes opgroeien. Velen zullen dan concluderen dat geen of minder vlees eten uiteindelijk de enige oplossing is. Want een varken hoort buiten in het bos, desnoods in een wei en zeker niet in een stal of een flat. Maar vrijwel alles is beter dan de huidige situatie.
Standpunt Varkens in Nood ten aanzien van varkensflats
Onder dierenbeschermers bestaat altijd de strijd tussen ideaal en haalbaarheid. Ideaal is dat kippen en varkens in het bos leven en daar naar hun aard en natuur in vrede kunnen leven. Maar ja, er zijn te veel mestvarkens en vleeskippen en te weinig bos. Een natuurlijk leven voor productiedieren lijkt dus een utopie, aan de andere kant, zou de mens niet gewoon véél minder vlees moeten eten en gewoon als stelregel aanhouden dat ook de productiedieren een fatsoenlijk leven moeten hebben?
Simpel gezegd: hoe meer de mens bereid is op te schuiven, hoe meer ruimte er is voor de dieren en andersom. En als de (westerse) mens iets van zijn welvaart aan de dieren overdraagt en minder zou consumeren, ook dan is die ideale situatie misschien haalbaar.
Maar het is een glijdende schaal. Van batterijkip naar scharrelkip is, op de keper beschouwd, maar een kleine stap voorwaarts en nog ver van het ideaal af. Moeten we die stap daarom afwijzen? Door de Dierenbescherming is een varkenstal ontwikkeld - de zogenaamde ComfortClass die zo veel mogelijk uitgaat van de natuurlijke behoeften van varkens - maar helaas toch wel heel ver afstaat van het varken in het bos of zelfs in het weiland. Moeten we deze stappen, die voor miljoenen dieren heel belangrijk zijn en het verschil uit kunnen maken tussen een ondraaglijk leven en een slecht of matig leven, moeten we die stappen aanmoedigen of juist afwijzen?
Om het anders te zeggen: mestvarkens in de vee-industrie scoren op een schaal van 1 tot 10, op zijn hoogst een 2. In de ComfortClass is dit misschien een 4,5. Hetzelfde geldt voor de scharrelkip; die scharrelt maar dan wel met tienduizenden tegelijk in een enorme stal, vol stof, overvol en nooit buiten. Wat eerst een 1,5 was, is misschien nu een 2,5.
De keuze om in te stemmen met dit soort kleine stappen is dan ook een dilemma
En instemmen met varkensflats of beter gezegd, er niet tegen zijn, moet dan ook in het licht van het voorgaande bekeken worden. Zijn wij ook tegen varkensflats als de varkens 1,5 of 2 keer of zelfs 3 keer zoveel ruimte hebben? Of als ze wel stro hebben, als staarten en tandjes niet gecoupeerd worden, als er afleidingsmateriaal is en ruimte voor het bouwen van een nest en een separate ruimte om de mest kwijt te raken? Tja, dan misschien niet.Het gaat derhalve om een afweging en op voorhand al nee zeggen tegen varkensflats laat goede mogelijkheden om het leven van varkens te verbeteren misschien liggen. Vandaar dat Varkens in Nood heeft gezegd: wij zijn op voorhand niet tegen varkensflats.
Wanneer zouden wij bijvoorbeeld niet tegen varkensflats zijn?
Indien bovenstaande zaken zouden worden uitgevoerd, dan is Varkens in Nood niet tegen varkensflats. We zijn ook niet vóór varkensflats. We zijn alleen voor varkens die vrij in de natuur kunnen leven, in het bos of anderszins een fatsoenlijk leven hebben (zie de Universele Verklaring voor de Rechten van het Productiedier op deze website). Dat is wel het minste dat wij productiedieren moeten bieden in ruil voor hun leven.
De voordelen van varkensflats ten opzichte van 98% van de bestaande stallen zijn – als onze eisen worden uitgevoerd - dan de volgende:
|
In iedere edtie van onze digitale nieuwsbrief verschijnt een 'Varkensverhaal'. De verhalen worden ook op deze pagina gepubliceerd. Met dank aan de auteur en uitgeverij! In de nieuwsbrief van augustus 2006 verscheen 'Het Truffelvarken' van Midas Dekker
'Het Truffelvarken', door Midas Dekker
Wie wordt er verliefd op een eierstok? Geen mens. Niets windt de geslachten zo weinig op als hun organen. Uitwendig zijn geslachtsorganen onsmakelijke slangetjes of schelpdieren, inwendig zeggen ze alleen chirurgen iets. Afknappers. Als dit alles was zou de mens allang zijn uitgestorven.
De seksuele aantrekkingskracht schuilt bij de mens in een heel ander orgaan, veel groter gelukkig, het grootste orgaan dat u heeft, zo omvangrijk dat u er helemaal in past, één à twee centiare groot: de huid. Zo onsmakelijk als een mens met al zijn klieren en kwabben in wezen is, zo fraai is hij veelal in zijn huid verpakt. Ernaar kijken of eraan zitten kan heel prettig zijn.
Andere dieren hebben het moeilijker, met hun huid verstopt onder een dikke pels of verenlaag, onzichtbaar voor gretige ogen, afgeschermd van andermans huid. Met uitzondering dan van het varken.
Het varken is zo’n beetje het blootste beest dat er is; je zit meteen op de binnenband. Veel profijt in de liefde heeft het varken van zijn blootheid echter niet. Het geeft er niet om. Bij varkens gaat de liefde door de neus. Zeugen voelen zich heel warm worden zodra ze het kwijl van een opgewonden mannetje ruiken, mannetjes raken alleen al van de lucht van een minzieke zeug buiten westen.
Mensenneuzen vallen in het niet bij varkenssnuiten vergeleken. Het is maar goed dat we er voor ons liefdesleven niet van afhankelijk zijn. Mensenmannen scheiden in hun oksels dezelfde reukstof uit als varkens in hun kwijl, maar het effect blijft uit en ook omgekeerd zie je zelden mannen wellustig aan ongewassen vrouwen snuffelen. Vroeger moet dat anders geweest zijn. ‘Ne te lave pas (was je niet)’, schreef Napoleon vanaf het slagveld naar zijn geliefde Josephine, ‘je reviens (ik kom er aan).’ Zeep heeft al veel wat vies is schoon,- en eenmaal schoon, kapotgemaakt.
Als regel moet een mens voor het betere ruiken de diensten inroepen van een dier. Van het varken bijvoorbeeld. Het truffelvarken heeft zelfs van zijn neus zijn vak gemaakt. Beter een neus op pootjes, dan een wandelende karbonade, is zijn devies. Voor zijn baas speurt hij bijzondere paddestoelen op, die diep onder de grond aan de wortels van oude eiken groeien. Dat is knap, want grond is een uitstekende deodorant; het is niet voor niets dat we al wat erg stinkt, al is het nog zo teerbemind, onder de groene zoden stoppen.
Hoe komt een varken zo knap? Dat is wetenschappelijk uitgezocht. In die ondergrondse paddestoelen, de truffels, zit dezelfde stof als in hitsig varkenskwijl, waarmee meteen verklaard is waarom zeugen de beste truffelvarkens zijn. En wellicht verklaart dit ook waarom mensen zo verzot op truffels zijn, dat grote kapitalen worden neergeteld voor kleine porties. Vermomd als paddestoel herkent onze neus de charme van onze oksels opeens wel. Seks die je kunt eten, dat is twee hartstochten in één klap vervuld. En daar dan tegenover je de huid van een fraaie tafelheer of –dame bij.
|
Misstanden bij varkens
Varkens worden vaak 24 uur per dag in het duister gehouden om hen rustig te houden. Vanaf 2002 is verplicht dat varkens voor tweederde op een vaste bedrijfsvloer staan. Eenderde van de bedrijfsruimte bestaat uit roosters, zodat de mest in een ruimte onder hen valt. Zodoende staan ze de hele dag in een ammoniaklucht. Door hun verblijf op de roostervloer lijden de dieren aan pootgebreken. Door het leven in voortdurende duisternis in die kleine hokken zijn ze niks gewend en raken bij het vervoer naar het slachthuis (na drie tot zes maanden) in paniek. Dit wordt des te erger tijdens langdurige exporttransporten. Alleen al vanuit Nederland gaan elke dag zo'n 10.000 varkens en biggen op transport, om in een ver land geslacht of vetgemest te worden. Varkens zijn slechte reizigers. Ze zijn gevoelig voor stress en worden onderweg snel ziek. In de volle veewagens kunnen de varkens hun warmte niet goed kwijt en raken ze oververhit. Twee op de drie varkens zijn ziek ten tijde van de slacht.
Biggenleed
Zeugen worden als ze jongen hebben ingeklemd tussen twee stangen zodat zij zich niet kunnen omdraaien of hun biggen kunnen verzorgen. Men doet dat opdat de biggetjes niet worden doodgedrukt door hun moeder als gevolg van ruimtegebrek. De biggen gaan na een zoogperiode van drie tot vier weken (in plaats van de natuurlijke veertien weken) naar de speenafdeling. Op de leeftijd van ongeveer 72 dagen gaan ze naar het mestbedrijf. Gespeende varkens (tot 25 kg.) hebben 0,3 m2. Bij nieuwbouw is dit 0,4 m2. Vleesvarkens tot ongeveer 100 kg. leven tot ze naar de slacht gaan (als ze zes maaden oud zijn) op 0,65 m2. Bij nieuwbouw en verbouw tot 2013 moet dit 0,8 m2 ruimte per dier zijn. Vanaf 2013 is 1,0 m2 verplicht. De mannetjes (beertjes) worden zonder verdoving gecastreerd, omdat de buitenlandse markt dat zou vragen vanwege de veronderstelde invloed van mannelijke hormonen op de geur (smaak) van het vlees. Hoewel dit niet geldt voor varkens die al zo jong geslacht worden, gebeurt het toch als een soort 'voorzorgsmaatregel'. De beertjes ondervinden veel stress en pijn aan de onverdoofde castratie. Vaak zijn ze een week lang misselijk, hebben ze diarree en voelen ze zich ellendig.
Stress, frustratie en ziekte
Al met al ondervinden varkens ernstige stress (onder andere hart- en maagklachten) door beperking van bewegingsvrijheid. Uit frustratie kauwen ze vaak op de stangen, waartussen ze staan geklemd. Van nature zijn het speelse en intelligente dieren. Varkens hebben een robuust immuunsysteem. Toch zijn er een aantal specifieke omstandigheden die er toe leiden dat stress het risico van infecties vergroot. Dr. Johanna de Groot noemt in haar proefschrift onder andere het gewond raken na onderlinge gevechten door het mengen van dieren die elkaar niet kennen, het onverdoofd castreren en het inspuiten van inactief virus als vaccin. De Groot: "Veehouders doen er goed aan, die zo veel mogelijk te vermijden." Deze stressvolle omstandigheden ontstaan bij groepshuisvesting als varkens zonder beleid uit verschillende tomen (groepen) worden gemengd en tijdens transport en bij aankomst in het slachthuis.
|