![]() |
![]() ![]() |
![]() |
Dier-Natuur-Milieu > Binnenwater
diervriendelijk en respectvol met vissen om gaan
|
Binnenwater
![]() |
.
Gevaren in het binnenwater
.
De vissen in onze rivieren, kanalen, meren en sloten worden met veel gevaarlijke, door de mens gecreëerde situaties geconfronteerd. Een groot probleem is dat de vissen zich niet meer vrijelijk in hun omgeving kunnen bewegen. In de rivieren stuiten ze op talrijke waterkrachtcentrales die een dodelijke belemmering kunnen vormen. Het water wordt hier immers tegengehouden en kan alleen via de draaiende turbines verder stroomafwaarts. De vissen lopen in de turbines veel, vaak dodelijke verwondingen op. Alleen al in het stroomgebied van Rijn en Maas bevinden zich circa 2.000 waterkrachtcentrales! Een oplossing voor deze slachting onder de vissen is de aanleg van een vistrap (waterkrachtcentrales).
Ook in ons polderlandschap schuilen voor de vissen vele gevaren. In Nederland bevinden zich meer dan 1.000 gemalen die het water naar een hoger niveau pompen. Deze gemalen maken jaarlijks naar schatting miljoenen slachtoffers onder de vissen. Sommige gemalen vermalen alle vissen die er in terechtkomen. Een oplossing kan de zogeheten gemaalvispassage van Gerard Manshanden bieden die de vissen van de draaiende turbine afhoudt en ze in aparte buizen verder leidt (gemaalvispassage).
Het onzorgvuldig beheer van het oppervlaktewater leidt regelmatig tot sterfte onder vissen, vooral in de zomer. De overstort van rioolwater bij zware regenval is vaak de oorzaak. Het oppervlaktewater wordt hierdoor in ernstige mate vervuild waardoor zuurstofgebrek ontstaat: de vissen krijgen het benauwd en sterven na enige tijd. Ook gebrekkig onderhoud van de vijvers, rioleringen en duikers leidt vaak tot vissterfte. Gemeenten en waterschappen kunnen met eenvoudige beheersmaatregelen deze problemen voorkomen.
.
Waterkrachtcentrale
.
Waterkrachtcentrales wekken electriciteit op zonder gebruik te maken van fossiele brandstof. Door een dam in een rivier aan te brengen wordt het water opgestuwd en vervolgens via een pijp of tunnel naar een turbine geleid die hierdoor in beweging komt en electriciteit produceert. De turbines bevatten een soort scheepsschroef of propellor die door het water in beweging wordt gebracht. Nederland kent een vijftal grote waterkrachtcentrales in de Rijn en de Maas.
De oudste, die bij Lith, dateert uit 1958. Bij de bouw van de Nederlandse waterkrachtcentrales is aanvankelijk geen rekening gehouden met het gedrag van de vissen in een rivier. Sommige vissen trekken namelijk in een rivier van de ene naar de andere plek, andere vissen zoals aal, zeeforel en zalm zwemmen vanuit zee de rivier op en na enige tijd weer stroomafwaarts naar zee. De waterkrachtcentrales vormen voor de vissen een dodelijke barrière. Om hun trek voort te zetten moeten de vissen immers dwars door de draaiende turbines heen proberen te zwemmen. Hierbij lopen ze onvermijdelijk allerlei soorten verwondingen op. Ook vissen die toevallig in de buurt van de centrale komen, kunnen het slachtoffer worden, doordat ze door de zuigkracht van de turbines naar binnen getrokken worden.
De vissen lopen verwondingen op door de draaiende schoepen van de turbine; ze worden vaak zelfs in stukken gehakt. Verwondingen ontstaan ook doordat ze door de kracht van het stromende water tegen de stilstaande delen van de turbine worden gesmeten. Verder veroorzaken de grote drukverschillen binnen in de turbine inwendige bloedingen, kneuzingen, een gescheurde zwemblaas en oogbeschadigingen. Tenslotte kan de ruggengraat worden gebroken door de afschuifkrachten die optreden door de verschillende stromingsrichtingen van het water in een turbine, waarbij bij voorbeeld de voorkant van de vis naar rechts wordt geduwd en de achterkant naar links. De directe sterfte door deze verwondingen bedraagt, afhankelijk van de centrale, naar schatting 10 tot 30%. Een nog onbekend percentage vissen bezwijkt later alsnog aan de opgelopen interne verwondingen.
Vissen worden niet een enkele keer met een waterkrachtcentrale geconfronteerd. In een rivier staan er vaak meerdere achter elkaar opgesteld, soms wel tientallen. Het stroomgebied van Rijn en Maas bevat alleen al ca. 2.000 waterkrachtcentrales! Wat dat voor de rondtrekkende vissen betekent, moge duidelijk zijn. We hebben hier te maken met een internationaal probleem.
Electriciteit uit deze waterkrachtcentrales is dus visonvriendelijk. Toch kan deze slachting onder de vissen gemakkelijk voor een groot deel voorkomen worden door het aanleggen van effectieve visgeleidings-systemen. Een compleet visgeleidingssysteem houdt de vissen uit de buurt van de instroming van de turbine en stuurt ze naar een omleiding die ze verder stroomafwaarts leidt. Zo'n omleiding kan een buis of goot zijn waardoor water stroomt, maar is in sommige gevallen de vistrap die primair bestemd is voor de vissen die stroomopwaarts willen trekken. De combinatie van visgeleidingssysteem en vistrap is het best.
De Nederlandse waterkrachtcentrales zijn nog niet voorzien van een visgeleidingssyteem. De energiemaatschappijen en de rijksoverheid hebben in het verleden weinig animo getoond om deze aan te brengen. Er bestaan plannen om in Nederland nog meer waterkrachtcentrales te bouwen ten behoeve van de groene stroom. Het is daarom belangrijk dat op 10 december 2002 een motie van Bas van der Vlies (SGP) met algemene stemmen door de Tweede Kamer is aangenomen, waarin de regering wordt opgeroepen om visgeleidingssystemen voor bestaande en nog te bouwen waterkrachtcentrales verplicht te stellen. Enkele Nederlandse waterkrachtcentrales beschikken al wel over een vistrap, met name die bij Linne en Maurik. Ook bij Amerongen en Hagesteyn zullen vistrappen worden aangelegd. Dit is onderdeel van een internationaal project om in de Rijn en de Maas alle barrières voor vissen te verwijderen. Op zichzelf beschouwd is dit een verbetering voor de vissen, maar we moeten toch niet vergeten dat ook in waterkrachtcentrales met visgeleidingssystemen nog steeds veel vissen gewond raken. Wij houden dan ook onze bezwaren tegen deze centrales en beschouwen de erin opgewekte stroom niet als groene stroom.
.
Beheersmaatregelen oppervlaktewater
.
Baggeren
.
Het is met het oog op het zuurstofgehalte van het water van groot belang om de gemeentelijke waterpartijen regelmatig te baggeren. Het beste tijdstip hiervoor is augustus-november. Daarna kruipen de vissen in de modder weg om te overwinteren. Men dient er in het algemeen op te letten dat door de baggerwerkzaamheden grote wateroppervlakten niet in een modderpoel veranderen waardoor de vissen door zuurstofgebrek stikken.
Duikers en rioleringen
.
Duikers en rioleringen dienen regelmatig schoongemaakt te worden.
Verversing water
.
Het waterschap dient minder terughoudend te zijn met het inlaten van zogenoemd gebiedsvreemd water.
Rietkragen
.
Met het oog op voldoende paaimogelijkheden dienen de rietkanten niet te smal gehouden te worden. Een groot aantal vissoorten gebruikt de riet-, maar ook de drijfbladzone. Rietvoorn, snoek en zeelt gedijen alleen als voldoende water- en oeverplanten aanwezig zijn. Niet alleen vissen, maar ook veel kleine waterdieren zoals watervlooien, keverlarven, en waterwansen zijn gebonden aan oeverbegroeiing. Tussen water- en oeverplanten is hun hoeveelheid en verscheidenheid vele malen groter dan op kale bodem.
Maaien
.
Het maaien van rietkragen vanuit een motorbootje maakt, door de draaiende schroef, van de sloot vaak een modderpoel waarin de vissen stikken. Daarom is het beter om vanuit het land te maaien.
Rietkragen moeten in de winter bij voorkeur gefaseerd gemaaid worden. Dat wil zeggen ieder jaar een deel maaien en een deel laten staan en dit variëren. Gemaaid riet heeft een grotere oeververdedigende kwaliteit. Het vormt in het voorjaar langere en dikkere scheuten dan ongemaaid riet en het biedt aan kleine zoogdieren, vogels en overwinterende insecten een goede schuilplaats.
Met stevige rietkragen is het mogelijk zachte oevers te introduceren in plaats van de nog veel voorkomende harde (azobé) oeverbeschoeiingen.
Variatie in waterdiepten
.
Vissen zijn gebaat bij variaties in waterdiepten. Ondiep voor het opgroeien van de jonge vis en diep van belang als vluchtplaats en voor de overwintering.
Zonlicht
.
Een goede bezonning van het water is van essentieel belang voor gezonde vissen en goed groeiende waterplanten. Voorkom schaduwwerking door er op te letten dat niet te veel houtopslag rondom de vijvers ontstaat.
Helder water
.
Helder water ontstaat als er voldoende zuurstofrijke waterplanten in het water aanwezig zijn in combinatie met vissen die niet in de grond woelen, zoals graskarpers die helaas nog al eens worden uitgezet door de plaatselijke visverenigingen.
Luchthappen
.
Burgers kunnen wat alerter zijn op het massaal verschijnen van vissen aan het wateroppervlak. Wanneer de dieren echt hun monden uit het water steken, dan snakken zij naar zuurstof. In zo'n geval moet onmiddellijk met het waterschap of de gemeente en brandweer worden gebeld. Laat u echter niet afschepen met loze beloftes, maar blijf bellen totdat u ziet, dat actie is ondernomen!
|
Vissenbescherming · Dodingsmethoden · Bewustzijn en pijn · Vogels · Hengelsport · Kinderen · Nipo Enquete · Transgene vissen · Schaaldieren · Kunst · Goudvissen · Binnenwater · Zee- en kweekvis
|